Recht op vergeten?

Volgens Mayer-Schönberger is het voor de eerste maal in de geschiedenis zo dat (digitaal) archiveren goedkoper is dan wissen. In zijn boek Delete: The Virtue of Forgetting in the Digital Age, in feite een aangedikte paper die  reeds in 2007 verscheen,  heeft hij ook de exacte kost van opslag en het wissen van data berekent.

Als gevolg daarvan is de menselijke capaciteit om te vergeten verloren gegaan, volgens hem. Net als de KGB destijds de dossiers van politieke tegenstanders voorzag van de stempel “хранить вечно“ (moet voor altijd bewaard worden) vergeet ook Google niets. Volgens hem moeten we terug leren vergeten.

Hij verwijst  onder meer naar het verhaal van een Canadese academicus, die in 2001 een artikel publiceerde in een filosofisch magazine, waarin hij terloops vermeldt dat hij dertig jaar eerder met LSD geëxperimenteerd heeft. Toen hij naar de Verenigde Staten reisde, kwam een overijverige agent van de grenspolitie op het idee de man te checken op Google. Een link naar het artikel sprong tevoorschijn en de man mocht meteen naar huis terugkeren. De toegang tot de Verenigde Staten werd hem ontzegd. Voorgoed.

Sociale media zijn niet meer weg te denken zijn uit ons dagelijks leven, maar waar we vroeger ons sociaal engagement, onze jeugdige verontwaardiging tegen zoveel onrecht, samenzweerderig in morsige cafés bespraken, doen we dat nu via het Net. En daar blijft het hangen, klaar om opgepikt te worden door de ‘recruiter’ van dat bedrijf waar we ons brood willen gaan verdienen. “Spijtig, maar we hebben voor een andere kandidaat gekozen.”

Door herinneringen te wissen, aanvaardt onze samenleving dat mensen evolueren, dat we de mogelijkheid hebben te leren uit vroegere ervaringen, en ons gedrag bij te stellen. Maar de digitale geheugens van Internet kunnen niet uitgewist worden. In een sociale context, worden jeugdzonden vergeten en vergeven, dit was voor velen van ons, ouderen, een geluk, maar die vlieger gaat niet langer op voor de jeugd van vandaag. Natuurlijk zijn vele jongeren zich hiervan bewust, ze zijn voorzichtig en zetten niet zo maar alles wat bij hen opkomt op het Net. Maar de vraag is dan ook of deze vorm van zelfcensuur op termijn ook geen vorm van ‘mind-control’ gaat worden.

Soms kan je spreken van naïviteit, onachtzaamheid tot exhibitionisme van Internet gebruikers, maar dit hoeft zelfs totaal niet te spelen. Een collega, een klasgenoot, een politieke tegenstander, een jaloerse ex… kan informatie, foto’s, video’s of doodsimpel totaal uit de lucht gegrepen beschuldigingen op het net zetten uit wraak, verveling. Bullies en trolls scheppen er gewoon plezier in mensen de pesten. Het kan ook best zijn dat je dat zelfs niet merkt dat iemand iets over jou heeft gepost tot op de dag dat een ijverige rechercheur, echtscheidingadvocaat of ‘recruiter’ je dit onder je neus duwt. Ook hiervan zijn legio voorbeelden te geven.

Het verhaal van Emma Jones, een 24-jarige Britse lerares, die lesgaf in Abu Dhabi is hier een pijnlijk voorbeeld van. Een collega ontdekte toevallig de naaktfoto’s die haar ex-vriend op haar Facebookpagina had geplaatst. Ze werd beschuldigd van prostitutie, was doodsbang dat ze in de gevangenis zou worden gegooid en pleegde zelfmoord.

Toch voel ik me een beetje ongemakkelijk bij Mayer-Schönberger’s metafoor, digitaal onthouden en vergeten. Computers zijn geen mensen en ik vind dat we onze superioriteit tegenover die machines niet moeten opgeven. Bovendien zijn er dingen die we niet willen dat ze vergeten worden. En last but not least, wat doe je als er tegen je wil foto’s informatie, video’s van jou verspreid worden op Facebook bvb?

Door de metafoor die Mayer-Schönberger gebruikt koppelt hij het probleem los van het recht op privacy, waar het in feite thuishoort.  Dus het lost een probleem op, maar hij neemt de oorzaak van het probleem niet weg. Zijn voorstel om terug greep te krijgen op onze online informatie is tweeledig en is geïnspireerd door Lawrence Lessig een van de oprichters van Creative Commons:

“I propose that we shift the default when storing personal information back to where it has been for millennia, from remembering forever to forgetting over time. I suggest that we achieve this reversal with a combination of law and software. The primary role of law in my proposal is to mandate that those who create software that collects and stores data build into their code not only the ability to forget with time, but make such forgetting the default. The technical principle is similarly simple: Data is associated with meta-data that defines how long the underlying personal information ought to be stored. Once data has reached its expiry date, it will be deleted automatically by software, by Lessig’s West Coast Code.” (Viktor Mayer-Schönberger, 2007)

Hij stelt dus zowel (1) een wettelijke tussenkomst voor als (2) wijziging in de software van sociale media. Deze moet toelaten dat gebruikers die info, foto’s, video’s op het Net plaatsen ook een ‘expiratation date’ kunnen meegeven. Dit is een vorm van zelfbeschikking die nuttig is, OK. Moeilijk kan dit niet zijn, deze optie is trouwens al geïmplementeerd door drop.io.

Maar het ligt voor de hand dat als er geen wettelijke initiatieven komen, Zuckerberg en consorten die inspanning niet zullen leveren om hun software aan te passen. Zuckerberg had al eerder plannen in de andere richting toe hij de gebruikersvoorwaarden van FB wou wijzigen in Februari 2009. Misschien voor degenen die het vergeten waren, het achteraf weer ingetrokken voorstel van FB:

“You hereby grant Facebook an irrevocable, perpetual, non-exclusive, transferable, fully paid, worldwide license (with the right to sublicense) to (a) use, copy, publish, stream, store, retain, publicly perform or display, transmit, scan, reformat, modify, edit, frame, translate, excerpt, adapt, create derivative works and distribute (through multiple tiers), any User Content you (i) Post on or in connection with the Facebook Service or the promotion thereof subject only to your privacy settings or (ii) enable a user to Post, including by offering a Share Link on your website and (b) to use your name, likeness and image for any purpose, including commercial or advertising, each of (a) and (b) on or in connection with the Facebook Service or the promotion thereof.”

Maar zoals de Emma Jones case aantoont, is het niet voldoende om controle te krijgen over het materiaal dat je zelf op het Net zet, ook privacy schendingen op het Net door anderen moeten snel en doortastend kunnen aangepakt worden.

Bronnen

Viktor Mayer-Schönberger, 2007, Useful Void: The Art of Forgetting in the Age of Ubiquitous Computing, Harvard Univeristy
Viktor Mayer-Schönberger, 2009, Delete: The Virtue of Forgetting in the Digital Age, Princeton University Press

Advertisements