Een sociaal netwerk is geen sociale gemeenschap

Last update: September 26, 2014

In dit artikel gaan we eerst na welke mechanismen aan de grondslag liggen van sociale netwerken, en welke de verdienmodellen zijn. In deel twee staan we stil bij de veranderingen die netwerken ondergaan in de loop van hun evolutie, van maatschappelijke relevante dienstverlening naar stofzuigers van data en ‘clickbait waar de gebruikers behandeld worden als nuttige idioten. In deel drie onderzoeken we negatieve impact van “sociale netwerken” op het sociale weefsel en de democratie, alhoewel vaak het tegenovergestelde wordt verkondigt.

Deel 1: Netwerk mechanismen en verdienmodellen

Visie op reële gemeenschap

Een reële gemeenschap is een groep individuen die een gemeenschappelijk doel hebben gesteld en dit samen willen realiseren. Het doel is samen te werken rond iets dat zich op het eigenste moment aanbiedt, bijvoorbeeld behoud van een natuurgebied, een goed en waardig leven voor allen, uitbating van een gemeen goed, aangename omgangsvormen,… of waarvan ze menen dat het zich zou kunnen stellen, bijvoorbeeld samenwerken bij calamiteiten, zinloos geweld voorkomen, bedreiging van de democratie… Dit veronderstelt drie belangrijke elementen, gelijkheid op basis van wederkerigheid, gezamenlijk belang en gezamenlijke zorg. De ander wordt gezien als (mogelijke) medestander en niet alleen als instrument om zijn eigen individuele doelen te bereiken. De communicatie is niet louter instrumenteel.

Het netwerk effect en de verborgen agenda

Aan de basis van het succes van netwerken zoals het telefoonnet of “sociale netwerksites” ligt een economisch principe, het netwerkeffect. Een netwerkeffect is het effect dat ervoor zorgt dat een product of dienst meer waarde heeft voor iemand, naargelang er meer gebruikers zijn die hetzelfde product of dezelfde dienst al gebruiken. Wanneer iemand in het netwerk stapt neemt de waarde ervan toe voor de gebruikers. Na verloop van tijd, als meer mensen in het netwerk stappen ontstaat er een bandwagon effect. Dit is gebaseerd op een denkfout, waarbij een mening eerder wordt geloofd naarmate er meer medestanders zijn voor die mening. Het is aantrekkelijk om mee te lopen met de grootste massa.

In de economische theorie is het Bandwagon-effect de wisselwerking tussen de voorkeur van een consument en de vraag. Deze interactie wordt beïnvloed door het consumptiegedrag van de andere consumenten. Wanneer een consument bemerkt dat andere consumenten een bepaald goed kopen, stijgt de individuele voorkeur van deze consument voor dat bepaalde goed.

Positieve netwerkeffecten creëren een positieve feedback. Maar netwerken blijven niet oneindig groeien. Op een bepaald punt treedt verzadiging. Zo heeft het vandaag niet echt veel zin om het wegennet uit te breiden, het zal waarschijnlijk telkens terug dichtslibben. Dit noemen we congestie.

Tijdens de internet hype noemde men dit verschijnsel Metcalfe’s Law. Dit is nogal speculatief want er zijn nergens empirische bewijzen voor deze veralgemening. Het heeft wel dertig jaar geduurd tot men enig bewijs vond voor die wet – er zijn ook tegenvoorbeelden. Wat wel vast te stellen viel is dat het netwerk effect meestal leidde tot monopolies.

Metcalfe’s Law

De naam “sociaal netwerk” is een verkeerde benaming, die meer verbergt dan ze prijs geeft. Kwestie van zichzelf te promoten of zich te vermommen tot iets wat het niet is. Dit zullen we verder nog meermaals tegen komen. Van het telefoonnet heeft men nooit gezegd dat het sociaal was, het was een infrastructuur. Het telefoonnetwerk was een neutraal gegeven, wel handig. De telefoonmaatschappij moeide zich (in het Westen) ook niet met de inhoud van de communicatie, bij netwerksites is dat anders. In feite zijn de eigenaars van de sociale netwerksites de bevoorrechte gebruikers. Ze verdienen geld met reclame voor bedrijven terwijl de dienst voor de gebruikers gratis lijkt.

Maar in the long run zijn sociale netwerksites niet gratis. De bedrijven rekenen hun reclamekosten door aan hun klanten, wij dus. Telkens als we iets kopen waarvoor reclame gemaakt wordt op “sociale netwerksites” betalen we een taks om ‘add-driven’ “sociale netwerksites” in stand te houden (Wauthy, 2008).

Gebruikers zijn geen klanten van Sociale Netwerksites maar producten. Onze aandacht, onze profielen, onze vriendennetwerken, dat zijn de producten die door Sociale Netwerksites verkocht worden aan hun werkelijke klanten, marketingbureaus en bedrijven.

Marketingbureaus  en  gebruikers van sociale netwerken hebben niet dezelfde belangen. Die zijn eerder tegengesteld aan mekaar. Marketeers willen binnendringen in de reële wereld van de gebruikers om ze te verleiden meer zaken te kopen, ook al hebben ze die niet nodig. Gebruikers willen gewoon communiceren via de netwerksite, maar zo komt hun privacy steeds meer onder druk. Of de adds op sociale media werken is niet zeker. Meer en meer mensen zijn ze beu en blokken ze af. Maar er wordt wel een sfeer geschapen die het consumentisme verheerlijkt.

De gebruikers van Sociale netwerken zoals Facebook, Twitter, Flickr, zijn bovendien geen partij in de besluitvorming processen over het netwerk, waardoor de deur wagenwijd open staat voor manipulatie door de beheerders van het netwerk. De vraag die moet gesteld worden is wie bezit en beheert de servers van het netwerk (Fuster Morell, 2010).

Taalpolutie

Het woord ‘community’ heeft aan populariteit gewonnen de laatste eeuw, zoals je in de uitgebreide Google box definitie kan zien. Maar er is een eerste stagnatie te zien in de jaren tachtig en in het begin van het tweede millennium.

Gebruik van het woord ‘community’ in de tijd

Over samenwerken en de factoren die het succes van die samenwerking verzekeren kan veel gezegd worden. Twee Wikipedia pagina’s geven enkele referenties voor verdere exploratie, zie ‘Social collaboration‘ en ‘Community building‘. Een intensieve vorm van samenwerken is co-creatie (in English co-creation).

Ook al is er totaal geen sprake van samenwerking bij Über en dergelijke, toch noemt men ze ‘communities’. De gangbare garanties zoals verzekering, kwaliteitsgarantie, veiligheid enz. worden door Über zo veel mogelijk omzeilt. De wederkerigheid is ver zoek. Het is geen toeval dat wij nog altijd spreken van ‘mutualiteiten’ in de gezondheidszorg. Mutuallité is nu eenmaal Frans voor wederkerigheid. De organisatie en structuur van het netwerk bepaalt of het een gemeenschap met zelfgekozen regels is, of een atomair samenraapsel van individuen die dansen als ‘pupets on a string’.

Wil een gemeenschap democratisch zijn dan hebben alle leden een gelijke en/of gelijkwaardige inbreng en stem, niet alleen in het netwerk, maar ook over de werking van het sociale netwerk. Dit kan meestal ook alleen maar gerealiseerd zijn als ze de mede-eigenaars zijn van de netwerkfaciliteit, bij datacommunicatie zijn de servers cruciaal. Voor een (democratische) gemeenschap die werkt zijn minstens twee dingen nodig: (1) op samenwerking gerichte communicatie en (2) werkbare besluitvorming. Men kan zich zoveel mogelijk gemeenschappen inbeelden als men wil, als ze nergens toe leiden in de reële wereld blijven ze hangen in de subjectieve sfeer en zijn ze dweperij, dromerij of puur tijdsverlies.

Deel 2: Van dienstverlening naar datastofzuigers

Regels veranderen om de haverklap

Het sociaal netwerk wordt beheerd door een externe partij die zijn regels opdringt zonder verantwoording. De regels veranderen om de haverklap, ‘frictionless’. Maar zelfs dat is geen garantie voor de toepassing ervan. Dit heeft een reden, en daar komen we nog op terug. De willekeur is troef. Om protesten van gebruikers te counteren maakt men de ‘policy statements’ steeds langer en ingewikkelder en snijdt men zo elke transparantie de pas af (Fuchs, 2011). Privacy is de laatste zorg van de sociale netwerkbeheerders en dat gaven Zückerberg (Facebook) en Smit (Google) ook zelf toe, voor ‘Cambridge Analytica’ de zaak op zijn kop zette [update 31 Juli 2018]. De Facebook doctrine is: hoe meer ‘privacy-settings’, hoe minder privacy.

Maar de manipulatie gaat nog verder volgens Tim Herera. FB toont enkel die ‘postings’ van vrienden die interessant zijn voor hun doeleinden, advertenties slijten (Herera, 2014). Het fameuze ‘bubble effect’. En Facebook zette een grote experimentele studie op waaruit bleek dat ze de emoties van de gebruikers kunnen beïnvloeden (Kramera et al., 2014). En reken maar dat ze dat doen, dagelijks (Tufecki, 2014).

Dit culmineerde uiteindelijk in het datalek schandaal van Cambridge Analytica. Cambridge Analytica had de persoonlijke gegevens en profielen van miljoenen Facebook gebruikers zonder toestemming verzameld en gebruikt voor politieke doeleinden. Het was een keerpunt in de publieke opinie over privacy.[update 31 Juli 2018]

Juridisch statuut “sociale netwerken”een lege doos.

Hoe willekeurig FB omgaat met zijn gebruikers en eigen regels ondervond Michael Chael Letwin een advocaat in Brooklyn, die zonder opgave van redenen werd afgesloten van FB en verwezen naar de FAQ pagina. Letwin, die naast zijn persoonlijke pagina ook een Facebook-pagina helpt beheren voor een groep Joden die het Palestijnse Recht op Terugkeer verdedigen vond echter niets dat er kon op wijzen dat hij de FB normen had geschonden. Hij doet zijn verhaal in de New-York Times.

Letwin, die naast zijn persoonlijke pagina ook een Facebook-pagina helpt beheren voor een groep Joden die het Palestijnse Recht op Terugkeer verdedigen vond echter niets dat er kon op wijzen dat hij de FB normen had geschonden. Hij doet zijn verhaal in de New-York Times.Hetzelfde artikel geeft ook een verslag van een ganse groep ‘drag queens’ uit San Francisco die uitgesloten is omdat ze hun artiestennaam gebruikten op hun FB-pagina in plaats van hun echte naam. Maar de groep hing het aan de grote klok en riep FB ter verantwoording.

Hetzelfde artikel geeft ook een verslag van een ganse groep ‘drag queens’ uit San Francisco die uitgesloten is omdat ze hun artiestennaam gebruikten op hun FB-pagina in plaats van hun echte naam. Maar de groep hing het aan de grote klok en riep FB ter verantwoording.

Facebook vergadering met drag queens

Als reactie is in de Bay area een ander sociaal netwerk, Ello enorm populair aan het worden. Kunstenaars en holebis ontvluchten en masse FB naar Ello. Het netwerk belooft nooit reclame op zijn pagina’s te zetten en zijn privacy beleid is transparant. Hier kan je het nalezen. Het is ‘invite-only’ sociaal netwerk.

Oprichter Paul Budnitz meldt in Beta-Beat dat er nooit ‘adds’ zullen verschijnen en dat het porn-vriendelijk zal blijven. Het puritanisme van FB, waar elke blote borst stante pede verwijderd wordt, zou Zückerberg wel eens parten kunnen spelen.

Een delete kop is onmiddellijk beschikbaar op de pagina van je instellingen. Je kan alles individueel verwijderen en dan is het ook niet meer zichtbaar online.Het manifest van Ello is in staat heel wat ontevredenen aan te spreken. Vooral het statement “you are not a product” mikte op de misnoegdheid over FB bij de jongeren.

Maar al gouw bleek dat ook Ello beroep deed op ‘venture capital’. En venture kapitalisten willen vroeg of laat naar de beurs. Een echt door de gemeenschap gesteund en beheerd initiatief wordt het dus waarschijnlijk niet en zo begon dan ook de uittocht van wie aanvankelijk positief stond tegenover het initiatief. Ondertussen is het bij Ello van kwaad naar erger geëvolueerd zoals blijkt uit dit artikel. Het beleid van bijna alle sociale netwerken is totaal niet transparant. Mensen stappen in een fuik van dienstverlening die uiteindelijk een datastofzuiger blijkt te zijn.

Deel 3: Cognitieve overload en hiërarchie in het kwadraat

Cyberspace en de reële wereld

Er is een grens aan het aantal vriendschapsrelaties dat iemand kan onderhouden. Die grens wordt op “sociale netwerksites” grandioos overschreden zonder dat iemand het in de gaten heeft. De antropoloog Dunbar kwam aan een gemiddeld maximum aantal personen met wie een mens een bepaalde relatie kan onderhouden, onder de voorwaarde dat alle “deelnemers” hun best wilden doen om tot dezelfde kring te behoren. Andere antropologen na hem deden dezelfde vaststelling. De meest optimistische schatting is 290 gemiddeld, Dunbar zelf kwam uit bij 150 gemiddeld.

Visualisatie van Dunbars Number

Via internet, voornamelijk “sociale netwerksites” hebben mensen relaties met veel meer mensen. Die ‘overload’ leidt tot oppervlakkige en instrumentele communicatie. Het kan dus niet anders dan dat de inhoud van die relaties niet dezelfde is als deze in de reële wereld.

Privacy heeft meer dan een kant

In de reële wereld is privacy duidelijk afgelijnd door de muren van onze huizen. Op sociale media ontbreekt die afscheiding, dus komt onze privacy er onder druk te staan.  Het recht op privacy kan vanuit verschillende disciplines bekeken worden, maar meestal vergeet men de belangrijkste.

(1) De politiek-juridische, het is een mensenrecht. Dit is de vaakst geciteerde invalshoek. Artikel 12 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens zegt:

“Niemand zal onderworpen worden aan willekeurige inmenging in zijn persoonlijke aangelegenheden, in zijn gezin, zijn tehuis of zijn briefwisseling, noch aan enige aantasting van zijn eer of goede naam. Tegen een dergelijke inmenging of aantasting heeft een ieder recht op bescherming door de wet.”

(2) Minder aangehaald is de sociaaleconomische context. Wie machtig en rijk is kan zijn privacy materieel garanderen. Sommigen verbergen zich achter hoge muren en wallen. Mark Zuckerberg betaalde 114 miljoen dollar voor zijn privédomein op het eiland Kauai, in Hawaï. Het is 303 hectare groot volgens Forbes en nog voelde hij er zich nog bekeken. Eind 2016 startte Zuckerberg verschillende rechtszaken tegen Hawaiiaanse landeigenaren die kleine stroken van zijn landgoed bezitten, die van generatie op generatie zijn doorgegeven volgens de Honulu Star Adviser. Maar liefst acht verschillende processen spande hij aan in tegen honderden mensen, van wie sommigen al dood zijn. De ironie wil dat als gevolg van al die rechtszaken, Zuckerberg zijn privé domein moest open stellen voor het publiek voor de openbare verkoop van enkele percelen volgens Motherboard. Hij zal er niet gelukkig mee geweest zijn. Het hoeft geen betoog dat de ongelijkheid ingebakken zit in het systeem. Deze kloof is niet nieuw, reeds in 1992 werd daartegen actie gevoerd op de Gentse Feesten door KnoopPunt.. In hun beginselverklaring heet het informatieongelijkheid Een voorbeeld: in België heb je als gewone burger alleen direct toegang tot kadastrale informatie als eigenaar of huurder van het pand waar je in woont, maar vastgoedmakelaars hebben via hun beroepsvereniging BIV overal toegang.

(3) Maar misschien het belangrijkst zijn de sociaal psychologische gevolgen van inbreuken op onze privacy, ook al heeft men het daar maar zelden over. Als mens hebben we de capaciteit om ons te verbinden met en ons los te koppelen van onze sociale omgeving. Dat loskoppelen is niet alleen nodig om tot rust te komen. Het stelt ons in staat om te leren uit onze dagdagelijkse ervaringen. Door die te evalueren scherpen we ons anticipatief vermogen aan. Een omgeving die ons constant bestookt met berichten, ons afhankelijk maakt van digitale communicatie – en dat is waar “sociale netwerken” op aansturen – verhindert dat we ons kunnen loskoppelen. Fear of missing out (FOMO). Deze dwangneurose laat ons uiteindelijk niet langer toe zelfstandig na te denken (Roy Baumeister et al., 2002;  Roy Baumeister et al., 2005; Sherry Temple, 2011, pp. 241-261; Manfred Spitzer, 2013, pp. 213-262).

“Sociale Netwerken” zijn niet de enige factoren in onze omgeving die mogelijks aandacht verstorend werken. In feite was televisie dat ook al. Ook de alomtegenwoordige reclame leidt ons af. Tegenwoordig zijn het de ‘games’ die mikken op verslaving bij de jongeren  en de smartphone maakt van zowel jongeren als ouderen wandelende zombies.

Zo worden we een gemakkelijke prooi van de rattenvanger van Hamelen. De burgers van Hamelen dachten dat zijn diensten gratis waren. Niet dus. We betalen onze gratis “sociale netwerken” niet alleen zelf met harde munt maar ook nog eens met verlies van mentale zelfcontrole . De handige jongens van Silicon Valey en Seatle weten dat en ze spelen er  op in, nu nog alleen om veel geld aan te verdienen, maar wat als Zuckerberg voor president gaat?

Hiërarchie

Uit onderzoek van Huberman en zijn team blijkt ook dat er maar een klein deel van de communicatie op ‘sociale’ netwerken in twee richtingen gaat. Het resultaat is dat op “sociale netwerken” dezelfde hiërarchie ontstaat als in de reële wereld, maar dan in het kwadraat (Huberman et al., 2008).

Hierboven zie je de links van een Twitter netwerk. Links zie je alle links, rechts deze die overblijven, waarbij de communicatie in twee richtingen gaat (Huberman et al., 2008)

In feite zijn “sociale netwerken” dus ingebeelde gemeenschappen, waar idolatrie welig tiert. Deze bestaat natuurlijk ook in de reële wereld dankzij boulevard bladen waar allerlei idolen verheerlijkt worden zoals Stalin in Rusland, maar in de ernstige pers is er journalistieke controle op politici, op internet niet. Zo slagen figuren zoals Donald Trump erin om een schare van volgers achter zich te vergaren, door hetzelfde controversiële gedrag te vertonen als rond neukende popsterren en protserige balkunstenaars [update 31 Juli 2018].

Als je oppervlakkige en instrumentele communicatie, samen gooit met het verloren gaan van privacy en de hiërarchische tendens van sociale  netwerken, dan krijg je een stinkend potje. Het sociaal netwerk wordt beheerd door een externe partij die zijn regels opdringt zonder verantwoording. De regels veranderen om de haverklap, ‘frictionless’. Maar zelfs dat is geen garantie voor de toepassing ervan. De willekeur is troef. Om protesten van gebruikers te counteren maakt men de ‘policy statements’ steeds langer en ingewikkelder en snijdt men zo elke transparantie de pas af (Fuchs, 2011). Privacy is de laatste zorg van de sociale netwerkbeheerders en dat geven Zückerberg (Facebook) en Smit (Google) ook zelf toe. De Facebook doctcrine: hoe meer privacy-settings, hoe minder privacy.

En zoals we al stelden, manipulatie gaat heel ver. Ze verandert onze mentale omgeving in een reservaat. Ook al zijn er veel van die reservaten, de onderlinge verbondenheid is compleet verzoek. FB toont enkel die postings van vrienden die interessant zijn voor hun doeleinden: advertenties slijten (Herera, 2014).

Facebook zette een grote experimentele studie op waaruit bleek dat ze de emoties van de gebruikers kunnen beïnvloeden (Kramera et al., 2014). En reken maar dat ze dat doen, dagelijks (Tufecki, 2014).

Dit culmineerde uiteindelijk in het datalek schandaal van Cambridge Analytica. Cambridge Analytica had de persoonlijke gegevens en profielen van miljoenen Facebook gebruikers zonder toestemming verzameld en gebruikt voor politieke doeleinden. Het was een keerpunt in de publieke opinie over privacy. [update 31 Juli 2018]

Referenties

Allen, Christopher, 2008,   Community by the Numbers, Part One: Group Thresholds, Life With Alacrity

Baumeister, Roy F., Twenge, Jean M., & Nuss, C.,2002, Effects of social exclusion on cognitive processes: Anticipated aloneness reduces intelligent thought. Journal of personality and Social Psychology, 83, 817-827

Baumeister, R. F., DeWall, C. N., Ciarocco, N. J., & Twenge, J. M. (2005). Social exclusion impairs self-regulation. Journal of Personality and Social Psychology, 88(4), 589-604., http://dx.doi.org/10.1037/0022-3514.88.4.589

Baldelli, Giovanni, 1971, ‘Social Anarchism’,  Aldine, Atherton, Chicago/New York

Cannarella, John, Spechler, Joshua A., 2014,  arXiv:1401.4208v1, (Submitted on 17 Jan 2014), retrieved at http://arxiv.org/pdf/1401.4208v1.pdf  on 25/09/2014

Dunbar, Robin, 1998, The Social Brain Hypothesis,  Evolutionary Anthropology

Dunbar, Robin,  2009,  The social brain hypothesis and its implications for social evolution, 2009,  Annals of Human Biology

Fuchs, Christian, 2011, An Alternative View of Privacy on Facebook, Information 2011, 2, 140-165; doi:10.3390/info2010140, retrieved at http://www.mdpi.com/2078-2489/2/1/140 on 12 September 2014

Fuster Morell, Mayo, 2010, ‘Governance of online creation communities: Provision of infrastructure for the building of digital commons’, European University Institute, 2010, retieved at http://www.onlinecreation.info/outline_design on 12 February 2014

Herrera, Tim, 2014, What Facebook doesn’t show you, Washington Post online 18 Augustus 2014

Huberman, Bernardo A., Romero, Daniel M. en Wu, Fang, 2008, Social networks that matter: Twitter under the microscope, uk.arXiv.org, CornellUniversity

Kramera, Adam D. I., Jamie E. Guillory, and Jeffrey T. Hancockb, 2014, Experimental evidence of massive-scale emotional contagion through social networks, PNAS vol. 111 no. 24

Meier, Patrick Philippe,  2009, Empirical Study: Twitter is not a Social Network,  IRevolution

Send, Hendrik and Friesike, Sascha and Zuch, Ayca Nina, 2014, Participation in On-Line Co-Creation: Assessment and Review of Motivations (January 16, 2014). HIIG Discussion Paper Series Discussion Paper 2014-01. retrieved at  http://dx.doi.org/10.2139/ssrn.2380095 on 25/09/2014

Spitzer, Manfred, 2013, ‘Digitale Dementie. Hoe wij ons verstand kapot maken, Atlas Contact

Tufecki, Zeynep, 2014, Facebook and Engineering the Public, It’s not what’s published (or not), but what’s done, published at Medium, on 29 June 2014, retrieved at https://medium.com/message/engineering-the-public-289c91390225 on 28 September 2014

Turkle, Sherry, 2011, ‘Alone Together’, Basic Books, New York

Vos, HD 2003, ‘Geld en ‘de rest’: Over uitzwerming, teloorgang van gemeenschap en de noodzaak van gemeenschapsbeleid’, Sociologische Gids, vol. 50, no. 3, pp. 285

Wauthy, Xavier, 2008, No free lunch sur le Web 2.0! Ce que cache la gratuiteté apparante des réseaux numériques, Regards Economiques, Mai 2008, Numéro 58

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.