Een sociaal netwerk is geen sociale gemeenschap

Last update 13/10/2014

Argumenten

Sociale netwerken zoals Facebook, Twitter, Flickr, Pinterest hebben hun ontstaan te danken aan het netwerk effect en het bandwagon effect. Ze blijven overeind dank zij een business model met een verborgen agenda.

Maar er zijn echter ook anti-netwerk effecten waardoor het digitale sociale netwerk vroeg of laat zal desintegreren. Netwerken zijn vluchtig en hangen soms maar als los zand aan elkaar.

De gebruikers van het digitale sociale netwerk zijn geen partij in de besluitvorming-processen over het netwerk, waardoor de deur wagenwijd open staat voor manipulatie door de beheerders van het netwerk. De vraag die moet gesteld worden is wie bezit en beheert de servers van het netwerk (Fuster Morell, 2010).

Het sociaal netwerk wordt beheerd door een externe partij die zijn regels opdringt zonder verantwoording. De regels veranderen om de haverklap, ‘frictionless’. Maar zelfs dat is geen garantie voor de toepassing ervan.  De willekeur is troef.

Om protesten van gebruikers te counteren maakt men de ‘policy statements’ steeds langer en ingewikkelder en snijdt men zo elke  transparantie de pas af (Fuchs, 2011). Privacy is de laatste zorg van de sociale netwerkbeheerders en dat geven Zückerberg (Facebook) en Smit  (Google) ook zelf toe.  De Facebook dotcrine: hoe meer privacy-settings, hoe minder privacy.

Maar de manipulatie gaat nog verder volgens Tim Herera, FB toont enkel die postings van vrienden die interessant zijn voor hun doeleinden, adds slijten (Herera, 2014). En Facebook zette een grote experimentele studie op waaruit bleek dat ze de emoties van de gebruikers kunnen beïnvloeden (Kramera et al., 2014). En reken maar dat ze dat doen, dagelijks (Tufecki, 2014).

De relaties op sociale netwerken als Twitter en Facebook neigen naar hiërarchie binnen het netwerk. De interactie vind dikwijls in een richting plaats, volgen van een idool die zijn fans bespeelt.

Er is een grens aan het aantal vriendschapsrelaties dat iemand kan onderhouden. Die grens wordt op sociale netwerksites grandioos overschreden zonder dat we het in de gaten hebben. Daarom  zijn de meerderheid van de relaties er oppervlakkig, en is maar een klein deel van die relaties interactief in de twee richtingen. In feite zijn het dus een ingebeelde gemeenschappen die niet werken.

Een gemeenschap bestaat niet buiten zijn activiteit

Een actieve gemeenschap is niet noodzakelijk een gemeenschap die samenwerkt,  maar wel een gemeenschap die tot samenwerken in staat is als de leden van die gemeenschap dat nodig vinden en daartoe besluiten. Met deze definitie sluit ik meteen ook elk manipulatief gebruik van het woord gemeenschap uit.

Over samenwerken en de factoren die het succes van die samenwerking verzekeren kan veel gezegd worden. Twee Wikipedia pagina’s geven enkele referenties voor verdere exploratie, zie ‘Social collaboration‘ en ‘Community building‘. Een intensieve vorm van samenwerken is co-creatie (in English co-creation).

Het woord ‘community’ wint in alle geval gestaag aan populariteit zoals je in de uitgebreide Google definitie kan zien. Dit is ironisch, want volgens  sociologen zoals Putman gaat de sociale cohesie gestaag achteruit.

Gebruik van het woord 'community' in de tijd
Gebruik van het woord ‘community’ in de tijd

Wil een gemeenschap democratisch zijn dan hebben alle leden een gelijke en/of gelijkwaardige inbreng en stem, niet alleen in het netwerk, maar ook over de werking van het sociale netwerk.

Voor een (democratische) gemeenschap die werkt zijn minstens twee dingen nodig: (1) op samenwerking gerichte communicatie en (2) werkbare besluitvorming. Men kan zich zoveel mogelijk gemeenschappen inbeelden als men wil, als ze nergens toe leiden in de reële wereld blijven ze hangen in de subjectieve sfeer en zijn ze dweperij, dromerij of puur tijdsverlies.

Conflicten zijn legio op sociale netwerken. Het sociale element vereist een beschikbare, onpartijdige derde persoon als bemiddelaar. Die is meestal niet aanwezig in sociale netwerken.

Netwerkeffect en bandwagon effect

Aan de basis van de populariteit van netwerken zoals het telefoonnet of sociale netwerksites ligt een economisch principe, het netwerkeffect.

Een netwerkeffect is het effect dat ervoor zorgt dat een product of dienst meer waarde heeft voor iemand, naargelang er meer gebruikers zijn die hetzelfde product of de dienst al gebruiken. Wanneer iemand in het netwerk stapt neemt de waarde ervan toe voor de gebruikers.

Na verloop van tijd, als meer mensen in het netwerk stappen ontstaat er een bandwagon effect. In de economische theorie is een Bandwagon-effect de wisselwerking tussen de voorkeur van een consument en de vraag. Deze interactie wordt beïnvloed door het consumptiegedrag van de andere consumenten. Wanneer een consument bemerkt dat andere consumenten een bepaald goed kopen, stijgt de individuele voorkeur van deze consument voor dat bepaalde goed.

Positieve netwerkeffecten creëren een positieve terugkoppeling lus. Maar netwerken blijven niet oneindig groeien. Op een bepaald punt  treedt verzadiging. Zo heeft het vandaag niet echt veel zin om het wegennet uit te breiden, het zal waarschijnlijk telkens terug dichtslibben. Dit noemen we congestie.

Een van de grote nadelen van dit netwerk effect is dat het snel leidt naar monopolies. Dat was al zo met het telefoonnet en dat blijkt vandaag ook zo te zijn met sociale netwerksites.

Metcalfe’s Law

Metcalfe’s law is een van de mythes van Web 2.0, het is een heuristische  metafoor, er zijn geen empirische bewijzen voor. Waarde is niet omschreven. Kwaliteit en kwantiteit zijn niet te onderscheiden. Zo heeft een netwerk tussen chinees sprekende mensen en engels sprekenden geen intrinsieke waarde omdat ze door de taalbarrière toch niet met elkaar kunnen communiceren. Zo moet men zich ook vragen stellen over de kwaliteit van de communicatie via sociale netwerksites.

De naam sociaal netwerk verbergt dus een deel van het verhaal. Van het telefoonnet heeft men nooit gezegd dat het sociaal was, het is een infrastructuur.

Maar er is een groot verschil met telefoonnetwerken. Het telefoonnetwerk was neutraal. De telefoonmaatschappij moeide zich (in het Westen) niet met de inhoud van de communicatie, bij netwerksites is dat anders. In feite zijn de eigenaars van de sociale netwerksites de bevoorrechte gebruikers. Ze verdienen geld met reclame voor bedrijven terwijl de dienst voor de gebruikers gratis lijkt.

Maar in the long run zijn sociale netwerksites niet gratis.  Dat lijkt alleen maar zo. De bedrijven rekenen hun reclamekosten door aan hun klanten, wij dus. Telkens als we iets kopen waarvoor reclame gemaakt wordt op Sociale Netwerksites betalen we een taks om ‘add-driven’ Sociale Netwerksites in stand te houden (Wauthy, 2008).

Het gebruik van Addblock plus ergert de reclame industrie

Meer en meer gebruikers hebben een hekel aan oprdringerige reclame. Met de browser extensie Addblock plus blokkeren ze de reclame, met als extra voordeel dat hun pagina’s sneller laden omdat ze die overbodige adds niet moeten downloaden. Volgens een artikel op de site van RTBF, ‘Internet: les bloqueurs de pub sèment la panique chez les annonceurs’ groeit de ergernis bij de reclame industrie over het blokkeren van reclame. De directeur van MyTF1, een internet TV-kanaal, beklaagde er zich over dat tijdens de wereldkampioenschap voetbal, 25% van de kijkers de reclame tegen hielden.

Townsend Feehan, CEO van  IAB Europe, de vereniging voor de online digitale reclame stelt :

“le phénomène touche plus certaines régions d’Europe que d’autres. La France, la Grande-Bretagne, les pays scandinaves sont plus touchés que, par exemple, les pays d’Europe centrale ou de l’est. Mais quelles que soient les différences entre les différents pays, il est clair que le problème des bloqueurs de publicités sur internet devient de plus en plus important, au point qu’il menace à moyen et long terme la survie d’une large gamme de services en ligne et de sites, notamment des sites d’éditeurs. Et au fond, que l’apport de la pub en ligne soit de 5% des revenus d’un éditeur ou 50%, cela ne change pas grand-chose : ces revenus sont essentiels à leur business model. “

De IAB schat dat ongeveer 5% van de internetgebruikers reclame blokkeren, maar op sites, vooral bezocht door jongeren, loopt dat op tot 65 – 75%. Volgens sommige studies gebruiken 50% van de mannen tussen 18 en 25 een software om reclame tegen te blokkeren.

Een andere software die aan populariteit begint te winnen is ‘Do not track me’. Deze sofware verhindert dat het internetgebruik geregistreerd wordt voor reclame doeleinden.

Desintegratie van sociale netwerken

Geert Lovink haalt het voorbeeld aan van Orkut, de eerste poging van Google om een sociaal netwerk op te zetten voor FB een succes werd. Orkut was een vrij intiem sociaal netwerk gericht naar een specifiek publiek in ‘silicon valley’, het was ‘invite-only’, maar toen het ineens snel begon te groeien haakten de nerds af en dit tegen de logica van het netwerk-effect in. Google kwam in de verlegenheid en liet Orkut vallen. Pas veel later waagde het een tweede poging met Google+

Alhoewel gebruikers geen inspraak hebben over de faciliteiten die een netwerk biedt, toch slagen ze er soms in om nieuwe toepassingen aan de beheerders op te dringen. Zo zijn op Twitter de ‘hashtag’ en de ‘retweet’ initiatieven van gebruikers. Als een netwerkbeheerder zich niet meer weet aan te passen aan de evoluerende behoeften van de gebruikers, is hij gedoemd gebruikers te verliezen.  Maar ook als er zich een beter alternatief aanbiedt, zoals ‘Myspace’ overkwam, kan het snel afgelopen zijn.

De zwakke plek van Facebook is het ‘privacy’ beleid. Wij zijn geen klanten van Sociale Netwerksites. Onze aandacht, onze profielen, onze vriendennetwerken, zijn de producten die door Sociale Netwerksites verkocht worden aan hun werkelijke klanten, marketingbureaus en bedrijven.

Klanten en gebruikers hebben niet dezelfde belangen. Marketeers willen binnendringen in de wereld van de sociale netwerksite gebruikers om zo meer te verkopen. Gebruikers willen gewoon communiceren via de netwerksite, maar zo komt hun privacy steeds meer onder druk.

Gebruikers gaan steeds meer protesteren tegen die inbreuken op hun privacy. Harvard Business Review merkte op dat het zakenmodel van Facebook in een vicieuse cirkel kan terecht komen als gebruikers steeds kwader worden omdat hun privacy steeds meer bloot komt te liggen.

Dit wordt getoond in onderstaand schema. Aanvankelijk werd Facebook beschouwd als en veilige omgeving om gegevens uit te wisselen met het eigen vertrouwde sociaal netwerk. Maar als die gegevens steeds meer te grabbel gegooid worden om geld mee te verdienen dan ondermijnt Facebook zijn eigen basis.

‘Facebook Insights’  werd gelanceerd omdat de inkomsten per add en per gebruiker te laag waren.  Velen ergeren  zich aan de ‘ticker’ in de rechterkolom, weer een nieuwigheid. Ook al heeft Facebook en intuusen voor gezorgd dat per status-update de privacy kan ingesteld worden, gaat het nu zelf deze regel over treden via ‘frictional sharing’. Alle gebruikersgedrag op Facebook wordt à la minute weergegeven in de ‘ticker’.

Facebook heeft geen controle op zijn gebuikers en zal tenslotte geen verhaal hebben als de gebruikers:

  • steeds minder gegevens vrijgeven,
  • hun data vervalsen,
  • minder met het system gaan werken en hun privacy controls aanpassen
  • niet langer klikken op adervertenties
  • en tenslotte Facebook verlaten
Bron: Alan Patrick

Het telefoonnet is een fysisch netwerk en behoudt zijn intrinsieke waarde, ook al is het gebruikt ervan intussen geëvolueerd. Sociale netwerksites maken gebruik van de infrastructuur van het internet, maar ze kunnen snel hun waarde terug verliezen en vervangen worden door andere, nuttiger toepassingen voor de gemeenschap.

Volgens een epidemiologische studie  op de archieven van ‘Myspace’ wordt een 80%  desintegratie van Facebook verwacht tussen 2015 en 2017. De onderzoekers besluiten:

“we use epidemiological models to explain user adoption and abandonment of OSNs [Open Social Networks], where adoption is analogous to infection and abandonment is analogous to recovery. We modify the traditional SIR model of disease spread by incorporating infectious recovery dynamics such that contact between a recovered and infected member of the population is required for recovery. The proposed infectious recovery SIR model (irSIR model) is validated using publicly available Google search query data for “MySpace” as a case study of an OSN that has exhibited both adoption and abandonment phases. The irSIR model is then applied to search query data for “Facebook,” which is just beginning to show the onset of an abandonment phase. Extrapolating the best fit model into the future predicts a rapid decline in Facebook activity in the next few years.” (Cannarella, en Spechler, 2014),

Diaspora, Friendica en de anderen

De ontevredenheid bij internet activisten over FB zit diep. Op de mailinglist ‘unlike-us — critical research & alternatives in social media‘ zijn ze al een aantal jaren aan het brainstormen over alternatieven. Intussen zijn die alternatieven ook gerealiseerd maar doorbreken doen ze alsnog niet. Diaspora en Friendica hebben een pak aanhangers op de mailinglist.

Diaspora is een gedistribueerd sociaal netwerk dat draait met behulp van de gelijknamige opensourcesoftware. De leidende gedachte in het ontwerp is dat de gebruiker volledig zelf kan bepalen wat hij aan persoonlijke informatie deelt, en met wie hij dat deelt. In december 2011 waren er naar schatting wereldwijd meer dan 330.000 gebruikers, verspreid over meer dan 50 servers.

Friendica (voorheen Friendika) is ook opensourcesoftware die een gedistribueerd sociaal netwerk implementeert. De nadruk van Friendica ligt op uitgebreide privacyopties en een eenvoudige serverinstallatie. Daarnaast probeert Friendica met zo veel mogelijk andere sociale netwerksites te integreren.

Gebruikers kunnen contacten integreren vanuit Facebook, Twitter, Tumblr, StatusNet en andere diensten. Communicatie met deze diensten vindt, wanneer mogelijk, in beide richtingen plaats. Er is ook een mogelijkheid om bepaalde e-mailcontacten te integreren. Daarnaast kan er tegelijkertijd op weblogs, zoals WordPress, gepubliceerd worden. Dit kan allemaal per bericht of standaard ingesteld worden.

FreeLab 2014 lanceerde in September 2014 nog een oproep om op FB een groep op te richten om FB te verlaten en naar Friendica te migreren, wat het zal worden is afwachten. Zie ‘Jailbreak time. Are we ready to migrate to Friendica?

Friendica Infograph
Friendica Infograph

Facebook kan je er elk moment afgooien

Hoe willekeurig FB omgaat met zijn gebruikers en eigen regels ondervond Michael Chael Letwin een advocaat in Brooklyn, die zonder opgave van redenen werd afgesloten van FB en verwezen naar de FAQ pagina.

Letwin, die naast zijn persoonlijke pagina ook een Facebook-pagina helpt beheren voor een groep Joden die het Palestijnse Recht op Terugkeer verdedigen vond echter niets dat er kon op wijzen dat hij de FB normen had geschonden. Hij doet zijn verhaal in de New-York Times.

Hetzelfde artikel geeft ook een verslag van een ganse groep ‘drag queens’ uit San Francisco die uitgesloten is omdat ze hun artiestennaam gebruikten op hun FB-pagina in plaats van hun echte naam. Maar de groep hing het aan de grote klok en riep FB ter verantwoording.

Facebook vergadering met drag queens
Facebook vergadering met drag queens

Het beleid van de meeste sociale netwerken is totaal niet transparant en die willekeur kan voor sommigen verstrekkende gevolgen hebben volgens Eric Goldman, professor in de Rechten aan de Santa Clara Universiteit in California en co-directeur van het ‘High Tech Law Institute’ aldaar. Hij stelde:

“When Facebook makes a termination decision, it’s potentially life-altering for some people. They’re cut off to access to their communities and possibly to their clients”

Ello wint aan populariteit maar…

Of het te maken heeft met het voorgaande is niet bewezen, maar intussen is in de Bay area een ander sociaal netwerk, Ello enorm populair aan het worden. Kunstenaars en holebis ontvluchten en masse FB naar Ello. Het netwerk belooft nooit reclame op zijn pagina’s te zetten en zijn privacy beleid is transparant. Hier kan je het nalezen. Het is ‘invite-only’ sociaal netwerk.

Oprichter Paul Budnitz meldt in  Beta-Beat dat er nooit ‘adds’ zullen verschijnen en dat het porn-vriendelijk zal blijven. Onderstaande foto moet dat laatste bewijzen. Het puritanisme van FB, waar elke blote borst stante pede verwijderd wordt, zou Zückerberg wel eens parten kunnen spelen.

ello-picture

Een delete kop is onmiddellijk beschikbaar op de pagina van je instellingen. Je kan alles individueel verwijderen en dan is het ook niet meer zichtbaar online.Het manifest van Ello is in staat heel wat ontevredenen aan te spreken. Vooral het statement “you are not a product” mikt op de misnoegdheid over FB bij de jongeren.  Hieronder kan je het lezen:

” Your social network is owned by advertisers.

Every post you share, every friend you make and every link you follow is tracked, recorded and converted into data. Advertisers buy your data so they can show you more ads. You are the product that’s bought and sold.

We believe there is a better way. We believe in audacity. We believe in beauty, simplicity and transparency. We believe that the people who make things and the people who use them should be in partnership.

We believe a social network can be a tool for empowerment. Not a tool to deceive, coerce and manipulate — but a place to connect, create and celebrate life.

You are not a product.”

Maar al gouw bleek dat ook Ello beroep deed op ‘venture capital’. En venture kapitalisten willen vroeg of laat naar de beurs. Een echt door de gemeenschap gesteund en beheerd initiatief wordt het  dus waarschijnlijk niet en zo begon dan ook de uittocht van wie aanvankelijk positief stond tegenover het initiatief.

Noot geplaatst op 27/06/2015; Ondertussen is het bij Ello van kwaad naar erger geëvolueerd zoals blijkt uit dit artikel.

Cognitieve beperkingen aan sociale netwerken: Dunbar’s number

De antropoloog Dunbar kwam aan een gemiddeld maximum aantal  personen met wie een mens een bepaalde relatie kan onderhouden, onder de voorwaarde dat alle “deelnemers” hun best wilden doen om tot die kring te behoren. Andere antropologen na hem deden dezelfde vaststelling. De meest optimistische schatting is 290 gemiddeld, Dunbar zelf kwam uit bij  150 gemiddeld.

Via Internet, voornamelijk sociale netwerksites hebben mensen relaties met veel meer mensen. Het kan dus niet anders dan dat de inhoud van die relaties niet dezelfde is als deze in de reële wereld.

Hierboven zie je de links van een Twitter netwerk. Links zie je alle links, rechts deze die overblijven als werkelijke vrienden (Huberman et al.,  2008).

Juridisch statuut op sociale netwerksites is een lege doos

Het juridisch statuut van de sociale netwerk gebruiker is zo goed als een lege doos. Naast de willekeur van de netwerk beheerders sta  je er ook bloot aan allerlei malafide praktijken. Facebook verwijderde wel de ‘drag queens’, zogezegd omdat ze niet hun echte naam gebruikten, maar een ganse reeks anonieme trollen worden ongemoeid gelaten.

Conflicten zijn legio op sociale netwerksites. Bij de reacties op Facebook heb je niet alleen te maken met je vrienden en kennissen, maar ook met de vrienden en kennissen van je vrienden en kennisen, met andere woorden met volslagen onbekenden. Volgens de sociaal anarchist Baldelli, moet je bij misbruik kunnen beroep doen op een derde on te deliberen:

“No person in his relationship with another should be exempt from judgement by a third. This is not to say that every two persons have to give regular accounts to or be spied by a third but that a third should be approachable for protection and redress if a person is abused or wants to terminate a relationship.” (Baldelli, Giovanni, 1971, p. 87)

Maar die derde is zelden aanwezig want een conflict met de vriend van je vriend sleurt deze laatste natuurlijk mee in een  loyaliteits conflict. En los het maar op in de virtuele wereld.
In open groepen hebben moderators hun handen vol om een klein beetje peis en vree te bewaren. Eens de groep te groot wordt, zie Dunbar, wordt dit praktisch onmogelijk. De groep verwatert en verdwijnt geleidelijk.

Gelukkig verdwijnen echte gemeenschappen in de reële wereld niet aan dat tempo, anders zouden we het ergste te vrezen hebben.

Referenties

Allen, Christopher, 2008,   Community by the Numbers, Part One: Group Thresholds, Life With Alacrity

Baldelli, Giovanni, 1971, ‘Social Anarchism’,  Aldine, Atherton, Chicago/New York

Cannarella, John, Spechler, Joshua A., 2014,  arXiv:1401.4208v1, (Submitted on 17 Jan 2014), retrieved at http://arxiv.org/pdf/1401.4208v1.pdf  on 25/09/2014

Dunbar, Robin, 1998, The Social Brain Hypothesis,  Evolutionary Anthropology

Dunbar, Robin,  2009,  The social brain hypothesis and its implications for social evolution, 2009,  Annals of Human Biology

Fuchs, Christian, 2011, An Alternative View of Privacy on Facebook, Information 2011, 2, 140-165; doi:10.3390/info2010140, retrieved at http://www.mdpi.com/2078-2489/2/1/140 on 12 September 2014

Fuster Morell, Mayo, 2010, ‘Governance of online creation communities: Provision of infrastructure for the building of digital commons’, European University Institute, 2010, retieved at http://www.onlinecreation.info/outline_design on 12 February 2014

Herrera, Tim, 2014, What Facebook doesn’t show you, Washington Post online 18 Augustus 2014

Huberman, Bernardo A., Romero, Daniel M. en Wu, Fang, 2008, Social networks that matter: Twitter under the microscope, uk.arXiv.org, CornellUniversity

Kramera, Adam D. I., Jamie E. Guillory, and Jeffrey T. Hancockb, 2014, Experimental evidence of massive-scale emotional contagion through social networks, PNAS vol. 111 no. 24

Meier, Patrick Philippe,  2009, Empirical Study: Twitter is not a Social Network,  IRevolution

Send, Hendrik and Friesike, Sascha and Zuch, Ayca Nina, 2014, Participation in On-Line Co-Creation: Assessment and Review of Motivations (January 16, 2014). HIIG Discussion Paper Series Discussion Paper 2014-01. retrieved at  http://dx.doi.org/10.2139/ssrn.2380095 on 25/09/2014

Tufecki, Zeynep, 2014, Facebook and Engineering the Public, It’s not what’s published (or not), but what’s done, published at Medium, on 29 June 2014, retrieved at https://medium.com/message/engineering-the-public-289c91390225 on 28 September 2014

Wauthy, Xavier, 2008, No free lunch sur le Web 2.0! Ce que cache la gratuiteté apparante des réseaux numériques, Regards Economiques, Mai 2008, Numéro 58

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s