Het recht op privacy in Covid-19 tijden (2/3) De functies en disfuncties van privacy

Vervolg van deel 1

In het tweede deel heb ik geprobeerd om het privacyrecht aan de passen aan de virtuele realiteit geschapen door internet. Om twee redenen. Alhoewel het recht op privacy gedefinieerd is in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, grijpt het in de praktijk nog altijd terug op het privaatrecht. Wie zich dure advocaten kan permitteren zit safe, wie dat niet kan heeft meer te vrezen. De tweede reden is dat de virtuele ruimte met haar resem aan extra mogelijkheden niet gedefinieerd is in de Universele Verklaring omdat ze in 1948 nog niet bestond. Mijn voorstel is om er ‘contextuele integriteit’ en ‘mentale integriteit’ aan toe te voegen.

Definities

Privacy, persoonlijke levenssfeer, privésfeer of eigen ruimte schermt personen of groepen af van bespieding en beïnvloeding. Privacy betekent dat iemand dingen kan doen zonder dat de buitenwereld daar weet van heeft, inbreuk op maakt, of invloed op heeft. De afscherming van beïnvloeding wordt ook omschreven als het recht om met rust gelaten te worden. Het is een universeel mensenrecht, een fundamentele vrijheid en een grondrecht.

Privacy gaat om de afscherming van persoonsgegevens, het eigen lichaam, de woning of leefruimte, familie- en gezinsleven. Privacy omvat ook het recht vertrouwelijk te communiceren, zoals via brief, telefoon, e-mail.

Daar het recht op privacy zijn oorsprong vond in pre-digitale tijden was het gekoppeld aan de fysieke private ruimte. In de virtuele ruimte moet het geherdefinieerd worden. En dus losgekoppeld van de fysieke ruimte. Dit kan door het de definiëren in relatie tot de sociale gemeenschap.

Inhoudelijk blijven de doelstellingen dezelfde, maar het is nu ook gedefinieerd in functie van de sociale structuur. Door ook een sociaalpsychologische dimensie toe te voegen wordt het toepasbaar in de virtuele wereld. Tot onze eigen verbazing kunnen we nu ook toekennen aan een dakloze. Waarom zou deze geen recht op privacy hebben? Omdat hij geen huis heeft?

De sociaalpsychologische inhoud zal verder duidelijk bij de beschrijving van de verschillende contexten. Door het los te koppelen van de fysieke ruimte, kan het begrip verder evolueren. Dit is zeker nodig om de uitdagingen van de digitale maatschappij aan te gaan.

Het individueel recht op afscheiding geldt zowel in de private ruimte, de publieke ruimte als de virtuele ruimte.  Het is het recht zich terug te trekken uit het groepsgebeuren van de gemeenschap waar men deel van uit maakt. De uitoefening van dat recht mag geen negatieve implicaties hebben voor de geborgenheid in die gemeenschap 1. Het recht op afscheiding is een noodzakelijke toevoeging bij het recht op privacy in digitale tijden.

In een professionele context verwijst ‘recht op disconnectie’ op de expliciete afbakening tussen werktijd en thuistijd. De Internationale Arbeidsorganisatie pleit er al jaren voor . Frankrijk heeft al sinds 2017 een wet die werkmails verbiedt buiten bepaalde kantooruren.

Het recht op privacy wordt gegarandeerd door zowel artikel 3 als artikel 12 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, maar vanuit de Belgische politiek is er weinig backing voor deze rechten . Het is tekenend dat de oprichting van een Mensenrechteninstituut reeds aansleept sedert 1993.

Het recht op afscheiding in de intieme sfeer

In de intieme sfeer is het recht op afscheiding absoluut, tenzij in een relatie misbruik wordt gepleegd of een van de twee de relatie wil verlaten. Voorbeelden van misbruik zijn, mishandeling, dwang, vernedering, paradoxale communicatie en ‘gaslighting’. Hier geldt het voorstel van Baldelli:

No person in his relationship with another should be exempt from judgement by a third. This is not to say that every two persons have to give regular accounts to or be spied by a third but that a third should be approachable for protection and redress if a person is abused or wants to terminate a relationship.” (Giovanni Baldelli, 1971, p. 87).

De intieme sfeer beperkt zich niet tot uw kot, zoals we in Covid-19 tijden zouden zeggen, het kan overal zijn. Een koppel dat ligt de foefelen in een bosje of verscholen achter een duin verdient met rust gelaten te worden. Voyeurs dienen zich te onthouden.

Ook bijvoorbeeld in de uitgangswereld waar intiem verkeer legio is, een dancing, homo- of lesbosbar heeft men recht op afscheiding. Je bent er niet voor een foto shoot. Als je daar een bekende tegenkomt, hang dat niet aan de grote klok, je zal van hem/haar hetzelfde verwachten als je daar betrapt wordt met jouw maîtresse. Dit is een simpele kwestie van wederkerigheid. Dit noemt men contextuele integriteit. (Zie het werk van Helen Nissenbaum.) Zo ook horen beelden die je overhoudt aan een voorbije relatie oftewel verbrand of bewaard in de schuif.

Artikel 5 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens gaat over foltering:

“Niemand zal onderworpen worden aan folteringen, noch aan een wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing.”

Tot nu toe wordt dat zo geïnterpreteerd dat het vooral op fysische mishandeling slaat. Toen de verklaring werd opgesteld in 1948 waren technische middelen om de mentale integriteit van personen aan te tasten nog niet echt voorhanden. Nu psychologische foltering kan soms trauma’s veroorzaken die weerbarstiger zijn dan deze veroorzaakt door fysische pijn. Denk maar aan seksueel misbruik van kinderen en jongeren, het verspreiden van naaktfoto’s, pesten en stalking online. Het gebruik van digitale technologie heeft de mogelijkheden daarvan enorm verruimd. In de toekomst zou meer aandacht moeten besteed worden aan mentale integriteit. In de rechtspraak zou men artikel 5 ook voor zware vormen van misbruik kunnen toepasbaar stellen.

Het recht op disconnectie

Je hoort de managers al zeggen, “in ons bedrijf zijn wij een grote familie”, maar als het hen goed uitkomt zetten ze je zonder pardon op de keien. De belangen van werknemers en eigenaars van bedrijven met hun bonus zwelgende managers lopen zelden gelijk. Ook niet in de KMO’s, die een groot deel uitmaken van de Belgische bedrijven. De computerisering heeft het aantal controlesystemen op het werk verveelvoudigd. Zelf heb ik eind de jaren tachtig ooit eens les gegeven aan programmeurs van een software firma in Antwerpen. De baas volgde de les mee. Dat was legio, totdaar. Maar ik ontdekte ook dat hij elk scherm van zijn programmeurs kon oproepen op zijn scherm, om te zien waar ze mee bezig waren. Ook het mijne.

Als werknemer kon je in de jaren zeventig en tachtig nog stoom afblazen aan de toog in een volkscafé, die tijd lijkt voorgoed voorbij. Aan de toog van FB, ben je best niet te openhartig. Menig werknemer is al ontslagen toen hij daar zijn hart luchtte. De controle over ons doen en laten is exponentieel toegenomen. Voor de bazen is er geen scheiding meer tussen privé en werk. In deze Covid-19 tijden waar mensen wordt gevraagd zoveel mogelijk thuis te werken kan dit nefaste gevolgen hebben. ILO rapporteur Jen Messenger zei daarover:

“This report shows that the use of modern communication technologies facilitates a better overall work-life balance but, at the same time, also blurs the boundaries between work and personal life, depending on the place of work and the characteristics of different occupations”

Email en GSM maken je als werknemer ook overal en altijd bereikbaar. Bazen schrikken er niet voor terug je op een zaterdag op te bellen als er ergens iets mis is op het bedrijf waar jij gedurende de week verantwoordelijk voor bent. Wil dat eens gaan fixen? Dikwijls wordt men gedwongen tot onbetaald overwerk en worden de rusttijden niet meer gerespecteerd.

Er is geen scheiding meer tussen werktijd en vrije tijd. Wat is er nog overgebleven dan de achturendag waar zo lang voor gestreden is? De stress op het werk is enorm toegenomen. Slechts de helft van de werknemers heeft nog werkbare job. Persoonlijke autonomie wordt niet meer gerespecteerd. Bij aanwervingen vragen ze gewoon of ze jouw FB pagina mogen zien. Niemand is daar gelukkig mee.

Mentale integriteit te grabbel

Sedert het schandaal met ‘Cambridge Analitica’ hebben een aantal mensen hun conclusies getrokken en hebben ze Facebook verlaten. Toch is nog altijd een meerderheid blijven hangen. Vooral de oudere generatie. De jongeren zijn eerst verhuisd naar Instagram en amuseren zich nu met Tik Tok. Het kan bijna niet anders dan dat een pak mensen zich bewust is van grove privacy schendingen en manipulatie op FB en dat ze toch blijven hun privacy te grabbel gooien. Dit kan twee dingen betekenen, of het is overmoed of ze zijn verslaafd. In beide gevallen is het een daad van zelfgekozen masochisme. Waar ze zich waarschijnlijk niet van bewust zijn is dat ze niet aleen hun privacy te grabbel gooien maar ook hun mentale integriteit op het spel zetten. Het heeft te maken met ons psychisch functioneren. Ik leg het uit.

Als mens hebben we de capaciteit om ons te verbinden met en ons los te koppelen van onze sociale omgeving. Dat loskoppelen is niet alleen nodig om tot rust te komen. Het stelt ons in staat om te leren uit onze dagdagelijkse ervaringen. Door die te evalueren ontwikkelen we ons anticipatief vermogen. Dit gebeurt voor een stuk automatisch in onze dromen, maar ook bijvoorbeeld terwijl we mediteren of gaan wandelen. In momenten van rust en stilte gaan onze hersenen aan de gang met onze besognes zonder dat we ons daar bewust van zijn. Tijdens wandelingen schiet ons soms ineens een oplossing te binnen voor een probleem waar we niet konden opkomen toen we ons er op concentreerden. Een omgeving die ons constant bestookt met problemen en prikkels verhindert dat we ons kunnen loskoppelen. Wie last heeft van stress, slaapt slecht of slaapt veel te weinig, waardoor de hersenen niet voldoende kunnen regenereren. Het wordt op den duur een vicieuze cirkel met burn-out en/of depressie als eindstadium.

Bij digitale communicatie ontbreekt het tactiel contact – de klop op de schouder, de knuffel, de aanstekelijke lach – met als gevolg dat digitale contacten nooit echt bevredigen. We missen ook de nabijheid. Het kleine scherm waar het visuele dikwijls asynchroon loopt met het auditieve,  slaagt er zelden in emoties over te brengen2. We blijven op onze honger zitten en denken die te kunnen stillen met nog meer digitaal contact. Maar dat werkt niet natuurlijk. (Zie o.a. onderzoek van Ester Perel.) Zo worden we schermslaven. De smartphone maakt op die manier van zowel jongeren als ouderen wandelende zombies.

En er is nog iets. Er is een grens aan het aantal vriendschapsrelaties dat iemand kan onderhouden. Die grens wordt op “sociale netwerksites” grandioos overschreden zonder dat iemand het in de gaten heeft. De antropoloog Dunbar kwam aan een gemiddeld maximum aantal van 150 personen met wie een mens een bepaalde relatie kan onderhouden. Andere antropologen na hem deden dezelfde vaststelling. Als we dat maximum overschrijden krijgen we cognitieve overload. Ons brein slaat tilt. Verslavend schermgebruik gecombineerd met cognitieve overload resulteert in verlies van mentale zelfcontrole. (Zie onder andere onderzoek van Roy Baumeister, Sherry Temple en Manfred Spitzer.) Als we daarbij nog eens extra gestalkt worden door trollen online kan dit traumatische vormen aannemen.

Zo worden we een gemakkelijke prooi van de rattenvanger van Hamelen. De burgers van Hamelen dachten dat zijn diensten gratis waren. Niet dus. We betalen voor de sociale media diensten met onze aandacht, de analyse ervan wordt dan ingezet voor gepersonaliseerde reclame. Deze reclame wordt betaald met dat deel in de prijs dat instaat voor het reclamebudget van de producent en leverancier. We betalen dus zelf om opgelicht te worden. Het is een scam die we zelf faciliteren.

Rattenvanger
Rattenvanger van Hamelen

Het begrip van privacy van de doorsnee burger gaat nog altijd terug op het artikel 17 van ‘Déclaration des droits de l’homme et du citoyen’ van 1789. Pro memorie:

“Aangezien het eigendom een heilig en onschendbaar recht is, kan niemand ervan beroofd wiorden, tenzij de openbare noodzakelijkheid, wettelijk vastgesteld, dit vereist en onder voorwaarde van een rechtvaardige en van tevoren vast te stellen schadeloosstelling.”

Dat verklaart misschien waarom er zo weinig animo is om te protesteren tegen de schendingen van privacy en er velen met hun ogen open in de val lopen van Facebook en zo hun mentale integriteit te grabbel gooien.

De noodzaak van een digitale detox

Een cruciaal probleem vandaag is, dat het effect van de digitale media nog te weinig wordt begrepen. Zelfs een pak linkse intellectuelen is verknocht aan Facebook. Dat is het deficit van het links populisme. Je kan Facebook en Twitter eventueel gebruiken als promotie- en publicatiekanalen, wat het technisch in feite zijn, maar niet als communicatiemiddel. Wil communicatie niet gemanipuleerd worden dan moet het gebruik maken van een protocol dat symmetrisch gestructureerd is en niet van een broadcasting protocol zoals het WWW dat asymmetrisch gestructureerd is en sowieso centrale opslag vereist. Voor communicatie heb je een ‘distributed network’ nodig zoals Email of Mostadon.

centralized_distrubuted
Schema van gecentraliseerd en gedistribueerd netwerk

Bij een asymmetrisch protocol zal er altijd een hiërarchische relatie zijn tussen provider en gebruiker. Daar hadden de jagers-verzamelaars geen last van. Reverse dominance hierarchy. Remember? Last van media overload hadden ze ook al niet. Integendeel, ze waren heel stress bestendig, ze werkten gemiddeld niet meer dan 4 uur per dag. (Zie het onderzoek van Marshall Sahlins.)

Linkse jongens en meisjes die denken dat de sociale strijd zal gewonnen worden op de sociale media, dwalen. Sociale media zijn vooral geschikt om een rechtse boodschap te verspreiden. Thomas Decreus verwoordt het zo:

“In een spektakeldemocratie wordt politiek conflict op professionele wijze gecreëerd of gestimuleerd en vervolgens op de samenleving losgelaten. Conflict is een politiek-commercieel product en reflecteert zodoende steeds minder breuklijnen die binnen de samenleving heersen, maar creëert zelf breuklijnen die op maat gesneden zijn van een mediapolitiek complex en een publiek van mediaconsumenten.”

(…)

“Tegenover het spektakel moet de praxis worden geplaatst. Praxis verwijst hier naar een politiek die zich situeert binnen het materiële, geleefde leven, een politiek die aanwezig is in wijken en op werkvloeren, die zich centreert op de reële breuklijnen die mensen dagelijks ervaren en die daarrond praktijken ontwikkelt om mensen effectief te ondersteunen.”

Zijn analyse is een echte aanrader. Voor een digitale detox vind je hier enkele tips. Trouwens, het is een misvatting dat sociale media een cruciale rol kunnen spelen in protestbewegingen. Sociale media kunnen mensen sneller boos maken over iets, ze kunnen hun boodschap gemakkelijk delen met een grote groep mensen en ze zijn goedkoop, maar in de roerige jaren zestig waren er geen sociale media om protest te ondersteunen, hoewel protest wereldwijd was. Daar zijn enkele gemakkelijk te begrijpen redenen voor. Autocratische regeringen leren snel en hun budget om het publiek te bespelen is vele malen groter dan dat van de demonstranten. Gebruik van sociale media waar privacy en veiligheid meestal niet bestaan, stelt demonstranten bloot aan repressief ingrijpen van politie en autocratische overheden. Elke keer dat demonstranten of tegenstanders worden geconfronteerd met een krachtigere vijand of een vijand die vaardiger is in het gebruik van sociale media, verliezen ze het pleit. (Zie onderzoek van Jen Schrader.)

Sociaal-economische disfuncties van privacy

Het bankgeheim is lang een heilige koe geweest. Het liet vrije baan aan belastingontduiking en belastingontwijking op grote schaal. Na de financiële crisis was het dan nog ‘by god’ de IRS in de VS die eiste dat het opgeheven werd. In dezelfde lijn ligt de weigering van Trump om zijn belastingaangifte te publiceren. Hij is een kampioen in belangenvermenging. Hier dient privacy om veel vuile potjes bedekt te houden. Wie machtig en rijk is kan zijn privacy beschermen met een legertje advocaten. Dat geluk hebben de meeste mensen niet.

Mark Zuckerberg – de man die privacy voor de gewone burger irrelevant vindt – betaalde 114 miljoen dollar voor zijn privédomein op het eiland Kauai, in Hawaï. Het is 303 hectare groot volgens Forbes en nog voelde hij er zich bekeken. Eind 2016 startte Zuckerberg verschillende rechtszaken tegen Hawaiiaanse landeigenaren die kleine stroken van zijn landgoed bezaten. Deze waren van generatie op generatie doorgegeven. Maar liefst acht verschillende processen spande hij aan tegen honderden mensen, van wie sommigen al dood waren. De ironie wil dat als gevolg van al die rechtszaken, Zuckerberg zijn privé domein moest open stellen voor het publiek toen enkele percelen openbaar te koop gesteld moesten worden. Na de zaak Epstein is het klaar dat privé eilanden ook wel eens zaken verbergen die het daglicht niet mogen zien.

Het landgoed van Mark Zuckerberg op het Kauai eiland in Hawaï

Het hoeft geen betoog dat de ongelijkheid ingebakken zit in een pak burgerlijke wetgeving, je zou bijna denken dat ze systemisch is. Een voorbeeld: in België heb je als gewone burger alleen direct toegang tot kadastrale informatie als eigenaar of huurder van het pand waar je in woont, maar vastgoedmakelaars – de mannen die de prijzen opdrijven – hebben via hun beroepsvereniging BIV wel onbeperkt toegang tot het kadaster. Actiegroepen botsen dikwijls op die muur van privacy bij onderzoek naar laakbare praktijken die schadelijk zijn voor de locale gemeenschap. In een samenleving waar bureaucratie alomtegenwoordig is en verkrampte hiërarchische structuren zelden verantwoording afleggen is dit een rem op het welzijn van veel van die gemeenschappen.

Pour être heureux vivons cachés. Bien au contraire

Sartre en Foucault wijzen elke visibiliteit af. Elke camera is er een te veel. Elke applicatie is verdacht. Is dat zo? Kunnen die ook niet functioneel zijn? Gent heeft lang geen gebruik gemaakt van camera’s in de publieke ruimte. Nu zijn ze er om het circulatieplan af te dwingen op de knips. Maar tijdens de Gentse Feesten werden ze al heel vroeg ingezet. Tijdens de Gentse Feesten zijn er tot 200.000 bezoekers per dag in het centrum van de stad. Samengeperst op 5 centrale pleinen. In de straten ertussen duurt het soms 10 minuten om 200 meter vooruit te komen. Als daar paniek zou uitbreken vallen er gegarandeerd doden. Dus dat wil je vermijden door het gebeuren zowel van bovenaf met camera’s als op de pleinen zelf met sfeerbeheerders en politie in de gaten de houden. Maar zo’n sfeerbeheerder ziet dikwijls niet eens wat zich 5 meter verder afspeelt, dus camera’s zijn onmisbaar. Jaarlijks zijn er vechtpartijen, het komt er op aan die in de kiem te smoren, want anders loopt het uit de hand. Er zijn dus wel degelijk situaties waarin camera’s nuttig zijn. Ik kan me voorstellen dat, als sommigen de beelden zouden zien van hun nachtelijk gedrag op de Vlasmarkt tijdens de Gentse Feesten. Ze zouden zich doodschamen. Maar dat potje blijft gedekt. Na de Feesten verdwijnen de camera’s.

Zichtbaarheid heeft ook een sociaal psychologische functie. Keren we eens terug naar de ‘reverse dominance hierarchy’ van de jagers-verzamelaars. Iemand die te veel macht naar zich toetrok werd daar op aangesproken. In de maatschappij van de jagers-verzamelaars kon men zich niet verbergen, vandaag kan dat heel gemakkelijk. Smoezelen, achterbaksen, mensen tegen elkaar opstoken, het is de geliefde taktiek van psychopaten die een greep doen naar de macht. Ook op internet fora wordt gretig misbruik gemaakt van anonimiteit. Het is van een ongeziene lafheid.

Wie zich zonder aanneembare reden probeert te verbergen bij de jagers-verzamelaars wekt wantrouwen op. Als het vertrouwen verloren gaat in een groep wordt het moeilijk samenwerken en dat was nu net levensbelangrijk voor het overleven van de homo sapiens3. Nog altijd moet er samengewerkt worden, maar nu is het de rijke klasse en haar bureaucratie die bepaalt hoe of voor wat er wordt samengewerkt. Als we van die dwang af willen, zal dat enkel kunnen op basis van wederzijds vertrouwen. Niet door ons weg te steken.

Meestal gaat de overheid uit van een fundamenteel wantrouwen in zijn burgers. Dat is klein, maar het is zo en niet anders. Van de weeromstuit is het vertrouwen van de burger in de overheid ook zeer laag. Dus moeten overeenkomsten geregeld worden met afdwingbare wetten gelegitimeerd door het parlement. In dat geval kunnen en moeten we eisen dat wettelijk precies wordt vastgelegd dat camera’s en computertoepassingen enkel gebruikt mogen worden voor die functie waarvoor ze zijn geïnstalleerd. Daar mag niet van afgeweken worden. Om misbruik te voorkomen moet de wet voorzien in hoge boetes en serieuze schadevergoeding voor de belanghebbenden bij overtreding. Bij de ANPR camera’s hebben we gezien dat het gebruik ervan steeds ruimer werd, in vaktermen ‘mission creep’. Een vriend merkt daarbij op:

“er is ondertussen nauwelijks nog een manier te vinden om je te verplaatsen zonder dat die verplaatsing het risico loopt om in een databank opgenomen te worden.”

Een goede wet had dit kunnen voorkomen. In de VS en de UK worden camera’s ook al ingezet tegen protestbewegingen. Zover zijn we in België nog niet, maar het zal wel geprobeerd worden.

Functionele autoriteit

Niemand zal het in zijn hoofd halen om op onze wegen bewust te gaan spookrijden. Bij frontale botsingen met spookrijders op de autostrade vallen altijd doden. De autoriteit van de verkeersregels zal zelfs de meest losbandige egoïst niet in vraag stellen. Het is voor zijn eigen veiligheid. De anarchisten noemen dit functionele autoriteit. Je laat jouw schoenen maken bij een schoenmaker en jouw appendix opereren door een chirurg, niet door een schaapscheerder.

In deze Covid-19 tijden leggen we ook ons lot in de handen van virologen en epidemiologen en niet van slangenbezweerders en andere charlatans. We blijven in ons kot, wassen regelmatig onze handen en houden 1,5m afstand in de rij voor de bakker. Het vereiste gedrag verschilt van fase tot fase van de pandemie. Als men er in slaagt de eerste besmetting snel te detecteren en via contact tracing nagaat wie deze patient nog zou kunnen besmet hebben, en deze allemaal lang genoeg in quarantaine plaats dan dooft de epidemie snel uit. Dat is ongeveer wat de Duitsers hebben gedaan en zij hebben een schitterend parcours afgelegd. In de meeste andere Europese landen was men van onvoorzichtig tot zeer laks. Daarom moest menige lock down afgekondigd worden, anders gingen er hier miljoenen doden vallen.

Het Covid-19 virus is zeer venijnig en in tot 10% van de gevallen dodelijk. Dus voorzichtigheid is geboden. Het voorzorgsbeginsel is hier dus zeker van toepassing. Het voorzorgsbeginsel of de voorzorgsbenadering van risicobeheer stelt dat als een actie of beleid een vermoedelijk risico loopt schade aan het publiek of aan het milieu te berokkenen, bij gebrek aan wetenschappelijke consensus dat de actie of het beleid niet schadelijk is, rust de bewijslast dat het niet schadelijk is op degenen die een actie ondernemen.

Het is aan het lukken. De curve van besmettingen is afgevlakt in een aantal landen, het aantal besmettingen neemt geleidelijk af. De besmetting graad is onder de 1 gezakt. Het komt er nu op aan om een aangepaste exit strategie toe te passen. Dit zal met de nodige omzichtigheid moeten gebeuren. Contact tracing manueel kan daarbij een belangrijke rol spelen maar dit zou te traag zijn voor dit virus, een app kan daarbij helpen. Een app is sneller en speelt korter op de bal maar mist nauwkeurigheid. Zowel bluetooth als GPS blijken onvoldoende nauwkeurig volgens de Nederlandse hoogleraar Maarten Van Steen, gespecialiseerd in draadloze computersystemen.

In Zuid-Korea en China heeft men met succes met een app gewerkt, maar de privacy eisen liggen daar veel lager dan bij ons. In Europa zal dat niet kunnen. En als het zou kunnen, laat het dan een Europese app worden, want 27 verschillende apps daar schieten we niet mee op. Ik zou de tijd dat ik nog te leven heb toch nog graag eens naar Frankrijk, Duitsland, Nederland op reis gaan. Mijn vrienden wonen o.a. daar.

Onopgeloste kwesties

Laat ik dit deel eindigen met een persoonlijke noot. Het is geen argument, maar misschien werkt het inspirerend. Mijn houding tegenover visibiliteit is er een die streeft naar maximale weerbaarheid en geborgenheid. Als syndicalist heb ik meermaals oog in oog gestaan met de bazen en de politie4. Bij confrontaties keek ik ze altijd recht in de ogen, ervan overtuigd dat onze strijd terecht was en wetende dat de stakers achter mij stonden5. Sommige bazen wisten dat wel te appreciëren, maar de politie – zeker de rijkswacht in die tijd – had het daar zeer moeilijk mee. Ik werd overal op de voet gevolgd. Ze zouden bij wijze van spreken meegegaan zijn naar de WC als ik moest pissen. Ik heb nochtans nooit geweld gebruikt, maar we waren wel altijd met veel als er iets gebeurde. En er gebeurde altijd van alles.

Maar ik vond dat ik aan mijn kameraden moest tonen dat ik niet bang was, en ook dat ik niets te verbergen had. Niets in de handen, niets in de mouwen. Tot tweemaal toe heeft de politie geprobeerd me uit het stakingspiket te halen. Mijn kameraden hebben het  tweemaal verhinderd. Ik beweer trouwens dat ik die bravoure heb te danken aan de voornaam die mijn lieve ouders mij gegeven hebben. Die is Daniël. Als je de parabel van Daniël kent, dan weet je dat de profeet geen schrik had van de leeuwen toen hij in de leeuwenkuil geworpen werd. Hij sprak de leeuwen toe, en in plaats van hem op te eten, luisterden de leeuwen naar zijn verhaal. Ze gingen er zelfs rustig bij liggen :-).

Surveilance camera’s op het Tiananmenplein

Mijn syndicale strijd speelde zich vooral af in de jaren zeventig en tachtig. Vraag is of het nu nog zou lukken. Ondertussen worden de mogelijkheden om actie te voeren sterk ingeperkt door de ongebreidelde groei van surveillancetechnologieën. Als de politie alle verplaatsingen registreert en alle communicatie onderschept kan ze preventief ingrijpen door bijvoorbeeld wegen te blokkeren die leiden naar een verzamelplaats van actievoerders. Dan is de actie afgelopen voor ze begonnen is. Dit moeten we ten allen prijzen vermijden.

Dank voor de input van Wim Vandenbussche over surveillance.

1Voor alle duidelijk, dit heeft niets te maken met nationalisme. Een verstandig mens ziet dat meteen. Natuurlijk zullen er bij de N-VA mensen zijn die dat niet zien, maar ik ga echt geen inspanning doen om dat uit te leggen. Een ezel kan je nu eenmaal niet leren zingen.

2Zelfs het visuele contact via skype of facetime laat velen onbevredigd. Het beeld blijft tweedimensionaal, wat vervlakkend werkt. De synchronisatie van klank en beeld loopt dikwijls fout. Tenzij je een super installatie hebt met een levensgroot scherm kan je ervan genieten

3Het staat zo goed als vast dat de homo sapiens net aan die wil tot samenwerken zijn overleven te danken heeft. Alle andere hominiden zijn uitgestorven. Van de Neanderthaler bijvoorbeeld weet men intussen dat hij even slim – hij had zelfs grotere hersenen – was als de homo sapiens, toch is zijn soort 40.000 geleden verdwenen.

4Ik was vakbond militant in Volvo Cars en Sidmar (nu Acelor Mittal), fabrieken met enkele duizenden werknemers.

5Om een staking te beginnen heb je 66% van de stemmen nodig.

1 thought on “Het recht op privacy in Covid-19 tijden (2/3) De functies en disfuncties van privacy

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.