Category Archives: Covid19

Het recht op privacy in Covid-19 tijden (3/3) To app or not to app

Vervolg van deel 2 en deel 1

Computers zijn goed in het simuleren van reële situaties, maar het kan ook omgekeerd. Als we wat zich online afspeelt op de sociale media eens naspelen in de reële wereld, komen we tot verrassende inzichten. Dan zie je dat we het in de reële wereld niet zouden pikken hoe we online behandeld worden. Apps kunnen ons extra diensten leveren, maar ze dringen veel dieper in ons leven binnen dan we denken. Om die inbraak te vermijden, zal de Corona app zorgvuldig moeten geconstrueerd worden. Voor alles zal ze betrouwbaar moeten zijn, en die technologie is er momenteel nog niet. Bovendien discrimineren apps. Maar ook een onbetrouwbare app heeft impact. Een paar privé firma’s die dergelijke apps aanbieden hebben nauwe banden met extreem rechts. Heel onrustwekkend.

Van het virtuele naar het reële

Stel u voor, ik ga de zondagvoormiddag naar de markt van Ledeberg, voorstad van Gent. Hier en daar spreek ik bekenden aan en praten we over de laatste gebeurtenissen. Maar er is een man, volledig in het zwart gekleed die mij constant volgt. Af en toe brengt hij een zwart bakje naar zijn mond en fluistert iets. Ik kan niet horen wat hij zegt. Vreemd.

Na de boodschappen ga ik meestal een koffie drinken in het Achthurenhuis. Vier vrienden zijn al gearriveerd. Ik ga er bij zitten. Het is mooi weer en we zitten buiten op het ruime terras. Floep en daar is die vent weer met zijn bakje. Op de markt had ik het met Thomas even gehad over de Lentewandeling van Accueil. En ik zit nog niet neer of daar komt iemand het terras opgestormd en die roept: “Ruime keuze van wandelschoenen bij Decatlon. VOJO HIKE 2 TEXAPORE MID – Outdoorschoenen, 20% korting. Voor € 87,95 in plaats van 109,95.” En hij legt een reclamefolder op tafel. Continue reading Het recht op privacy in Covid-19 tijden (3/3) To app or not to app

Het recht op privacy in Covid-19 tijden (2/3) De functies en disfuncties van privacy

Vervolg van deel 1

In het tweede deel heb ik geprobeerd om het privacyrecht aan de passen aan de virtuele realiteit geschapen door internet. Om twee redenen. Alhoewel het recht op privacy gedefinieerd is in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, grijpt het in de praktijk nog altijd terug op het privaatrecht. Wie zich dure advocaten kan permitteren zit safe, wie dat niet kan heeft meer te vrezen. De tweede reden is dat de virtuele ruimte met haar resem aan extra mogelijkheden niet gedefinieerd is in de Universele Verklaring omdat ze in 1948 nog niet bestond. Mijn voorstel is om er ‘contextuele integriteit’ en ‘mentale integriteit’ aan toe te voegen.

Definities

Privacy, persoonlijke levenssfeer, privésfeer of eigen ruimte schermt personen of groepen af van bespieding en beïnvloeding. Privacy betekent dat iemand dingen kan doen zonder dat de buitenwereld daar weet van heeft, inbreuk op maakt, of invloed op heeft. De afscherming van beïnvloeding wordt ook omschreven als het recht om met rust gelaten te worden. Het is een universeel mensenrecht, een fundamentele vrijheid en een grondrecht.

Privacy gaat om de afscherming van persoonsgegevens, het eigen lichaam, de woning of leefruimte, familie- en gezinsleven. Privacy omvat ook het recht vertrouwelijk te communiceren, zoals via brief, telefoon, e-mail.

Daar het recht op privacy zijn oorsprong vond in pre-digitale tijden was het gekoppeld aan de fysieke private ruimte. In de virtuele ruimte moet het geherdefinieerd worden. En dus losgekoppeld van de fysieke ruimte. Dit kan door het de definiëren in relatie tot de sociale gemeenschap.

Inhoudelijk blijven de doelstellingen dezelfde, maar het is nu ook gedefinieerd in functie van de sociale structuur. Door ook een sociaalpsychologische dimensie toe te voegen wordt het toepasbaar in de virtuele wereld. Tot onze eigen verbazing kunnen we nu ook toekennen aan een dakloze. Waarom zou deze geen recht op privacy hebben? Omdat hij geen huis heeft?

De sociaalpsychologische inhoud zal verder duidelijk bij de beschrijving van de verschillende contexten. Door het los te koppelen van de fysieke ruimte, kan het begrip verder evolueren. Dit is zeker nodig om de uitdagingen van de digitale maatschappij aan te gaan.

Het individueel recht op afscheiding geldt zowel in de private ruimte, de publieke ruimte als de virtuele ruimte.  Het is het recht zich terug te trekken uit het groepsgebeuren van de gemeenschap waar men deel van uit maakt. De uitoefening van dat recht mag geen negatieve implicaties hebben voor de geborgenheid in die gemeenschap 1. Het recht op afscheiding is een noodzakelijke toevoeging bij het recht op privacy in digitale tijden.

In een professionele context verwijst ‘recht op disconnectie’ op de expliciete afbakening tussen werktijd en thuistijd. De Internationale Arbeidsorganisatie pleit er al jaren voor . Frankrijk heeft al sinds 2017 een wet die werkmails verbiedt buiten bepaalde kantooruren.

Het recht op privacy wordt gegarandeerd door zowel artikel 3 als artikel 12 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, maar vanuit de Belgische politiek is er weinig backing voor deze rechten . Het is tekenend dat de oprichting van een Mensenrechteninstituut reeds aansleept sedert 1993.

Het recht op afscheiding in de intieme sfeer

In de intieme sfeer is het recht op afscheiding absoluut, tenzij in een relatie misbruik wordt gepleegd of een van de twee de relatie wil verlaten. Voorbeelden van misbruik zijn, mishandeling, dwang, vernedering, paradoxale communicatie en ‘gaslighting’. Hier geldt het voorstel van Baldelli:

No person in his relationship with another should be exempt from judgement by a third. This is not to say that every two persons have to give regular accounts to or be spied by a third but that a third should be approachable for protection and redress if a person is abused or wants to terminate a relationship.” (Giovanni Baldelli, 1971, p. 87).

De intieme sfeer beperkt zich niet tot uw kot, zoals we in Covid-19 tijden zouden zeggen, het kan overal zijn. Een koppel dat ligt de foefelen in een bosje of verscholen achter een duin verdient met rust gelaten te worden. Voyeurs dienen zich te onthouden. Continue reading Het recht op privacy in Covid-19 tijden (2/3) De functies en disfuncties van privacy

Het recht op privacy in Covid-19 tijden (1/3) De oorsprong van het ‘recht op privacy’

In dit deel overloop ik de praktijken rond privacy vanaf 200.000 jaar geleden tot nu. Bij de jagers-verzamelaars was privacy gestoeld op persoonlijke autonomie en wederzijds respect. Geborgenheid, nabijheid, samenwerking en weerstand tegen hiërarchie waren de belangrijkste kenmerken van hun manier van leven. Eens de landbouw geïntroduceerd verdwijnen die aspecten een voor een. De macht van de clans beheerst vele levens. In het tweede millennium brokkelt de macht van de clans af in West-Europa. Rond 1500 is de persoonlijke autonomie in die mate toegenomen dat een strijd om godsdienstvrijheid losbarst. De positie van de vrouw blijft echter precair. Pas na de Franse Revolutie veranderen de zaken ten gronde. In theorie is nu iedereen vrij en gelijk voor de wet. Iedereen is beschermd tegen willekeur. Privacy wordt gegarandeerd op basis van het recht op privaat bezit. Maar het duurt tot 1948 voor privacy expliciet wordt vastgelegd in de universele verklaring van de mens.

Vooraf

Deze tekst is een ‘quick and dirty’ artikel maar wel over een onderwerp waar ik al zo’n tien jaar over schrijf, privacy en ‘computer mediated communication’. Het is mijn gewoonte van uitgebreid mijn bronnen te vermelden maar daar kruipt nu te veel tijd in. Je zal enkel een link naar cruciale bronnen vinden, daarvoor mijn verontschuldiging vooraf.

Bij de Jagers-verzamelaars

Bij de jagers-verzamelaars was er geen scheiding tussen publiek en privaat domein. Ze trokken rond in groepen van 50 tot 150 personen van het ene tijdelijke kampement naar het andere. De hutten stonden in een cirkel en ze hadden inkijk bij elkaar. Van privacy was er niet echt sprake. Nu dat had ook wel zijn redenen. In verslagen over de Batek in Indonesië – een nog levende groep jagers-verzamelaars – lezen we dat als er een leeuw in de buurt was, ze hun hutten nog wat dichter bijeen zetten. In de muil van de leeuw heeft men niet veel aan privacy. De jagers-verzamelaars waren afhankelijk van elkaar voor hun overleven. Niet alleen om zich te beschermen tegen predatoren, maar ook om voedsel te verzamelen en te jagen moest er nauw worden samengewerkt.

Daarentegen had elke jager-verzamelaar wel het recht om de groep de kiezen waarmee werd opgetrokken. Meestal had men de keuze tussen 5 à 10 groepen die dezelfde taal spraken en in het zelfde gebied foerageerden. Bovendien had iedereen het recht op afscheiding. Bijvoorbeeld bij pubers en adolescenten was dat wel eens nuttig. Als bijvoorbeeld de opgroeiende nog vrijgezellen te opdringerig werden gingen de meiden in groep gewoon een beetje verder kamperen om zo conflicten te vermijden. Zich als individu tijdelijk afscheiden van de groep werd geaccepteerd. Privacy was gebaseerd op persoonlijke autonomie en wederzijds respect. (Zie Endicott & Endicott.)

Continue reading Het recht op privacy in Covid-19 tijden (1/3) De oorsprong van het ‘recht op privacy’