Tag Archives: Bescherming Privacy

Virtual interview with Edward Snowden on 11/10/2014

Some quotes:

“When you say, ‘I have nothing to hide,’ you’re saying, ‘I don’t care about this right.’ You’re saying, ‘I don’t have this right, because I’ve got to the point where I have to justify it.’ The way rights work is, the government has to justify its intrusion into your rights.”

Continue reading Virtual interview with Edward Snowden on 11/10/2014

Not on a Social Network? You’ve Still Got a Privacy Problem

Privacy not my problem

When you discuss about privacy in a heteronymous group, there will always be at least one who states he/she has nothing to hide because he/she does nothing wrong. There are still people that cannot afford to be on the Net but some choose deliberately to ignore social networks and claim that privacy is not their problem either. But both categories are mistaken.

The_Bureau Continue reading Not on a Social Network? You’ve Still Got a Privacy Problem

Een sociaal netwerk is geen sociale gemeenschap

Last update: September 26, 2014

In dit artikel gaan we eerst na welke mechanismen aan de grondslag liggen van sociale netwerken, en welke de verdienmodellen zijn. In deel twee staan we stil bij de veranderingen die netwerken ondergaan in de loop van hun evolutie, van maatschappelijke relevante dienstverlening naar stofzuigers van data en ‘clickbait waar de gebruikers behandeld worden als nuttige idioten. In deel drie onderzoeken we negatieve impact van “sociale netwerken” op het sociale weefsel en de democratie, alhoewel vaak het tegenovergestelde wordt verkondigt.

Deel 1: Netwerk mechanismen en verdienmodellen

Visie op reële gemeenschap

Een reële gemeenschap is een groep individuen die een gemeenschappelijk doel hebben gesteld en dit samen willen realiseren. Het doel is samen te werken rond iets dat zich op het eigenste moment aanbiedt, bijvoorbeeld behoud van een natuurgebied, een goed en waardig leven voor allen, uitbating van een gemeen goed, aangename omgangsvormen,… of waarvan ze menen dat het zich zou kunnen stellen, bijvoorbeeld samenwerken bij calamiteiten, zinloos geweld voorkomen, bedreiging van de democratie… Dit veronderstelt drie belangrijke elementen, gelijkheid op basis van wederkerigheid, gezamenlijk belang en gezamenlijke zorg. De ander wordt gezien als (mogelijke) medestander en niet alleen als instrument om zijn eigen individuele doelen te bereiken. De communicatie is niet louter instrumenteel.

Het netwerk effect en de verborgen agenda

Aan de basis van het succes van netwerken zoals het telefoonnet of “sociale netwerksites” ligt een economisch principe, het netwerkeffect. Een netwerkeffect is het effect dat ervoor zorgt dat een product of dienst meer waarde heeft voor iemand, naargelang er meer gebruikers zijn die hetzelfde product of dezelfde dienst al gebruiken. Wanneer iemand in het netwerk stapt neemt de waarde ervan toe voor de gebruikers. Na verloop van tijd, als meer mensen in het netwerk stappen ontstaat er een bandwagon effect. Dit is gebaseerd op een denkfout, waarbij een mening eerder wordt geloofd naarmate er meer medestanders zijn voor die mening. Het is aantrekkelijk om mee te lopen met de grootste massa.

In de economische theorie is het Bandwagon-effect de wisselwerking tussen de voorkeur van een consument en de vraag. Deze interactie wordt beïnvloed door het consumptiegedrag van de andere consumenten. Wanneer een consument bemerkt dat andere consumenten een bepaald goed kopen, stijgt de individuele voorkeur van deze consument voor dat bepaalde goed.

Positieve netwerkeffecten creëren een positieve feedback. Maar netwerken blijven niet oneindig groeien. Op een bepaald punt treedt verzadiging. Zo heeft het vandaag niet echt veel zin om het wegennet uit te breiden, het zal waarschijnlijk telkens terug dichtslibben. Dit noemen we congestie.

Tijdens de internet hype noemde men dit verschijnsel Metcalfe’s Law. Dit is nogal speculatief want er zijn nergens empirische bewijzen voor deze veralgemening. Het heeft wel dertig jaar geduurd tot men enig bewijs vond voor die wet – er zijn ook tegenvoorbeelden. Wat wel vast te stellen viel is dat het netwerk effect meestal leidde tot monopolies.

Metcalfe’s Law

Continue reading Een sociaal netwerk is geen sociale gemeenschap

Waarom Google onze zoek geschiedenis bijhoudt

‘Googlen’ is een werkwoord geworden in onze taal, synoniem voor zoeken op het Web. Het probleem is dat we er zo kritiekloos mee omgaan, alsof Google alle antwoorden heeft. Ons vertrouwen in Google berust echter op een misvatting volgens Siva Vaidhyanathan, professor in de Bibliotheekwetenschappen:

“….We do not properly understand the nature of the nature of the transaction between us and Google. …into our relationship with Google we do not grasp that we are not really Google’s costumers. Google calls us users, but in fact we are Google’s products. Our attention is what Google sells to its customers, which are the advertisers.” (BBC interview)

We zijn dus geen klanten van Google, maar Google gebruikt onze argeloze aandacht en nieuwsgierigheid om zijn adverteerders te bedienen.

Volgens prominente linguisten zoals Arbib en Lakoff verklaren spiegelneuronen de biologische ontwikkeling van het menselijk taalvermogen (Arbib, 2005; Gallese, Lakoff, 2007). Ze maken het in alle geval mogelijk dat we elkaar begrijpen zelfs in dubbelzinnige situaties die weinig aanknopingspunten bieden. Omdat spiegelneuronen het mogelijk maken ons in de schoenen van iemand anders te plaatsen kunnen we ook zijn intenties begrijpen.

Ook als we zoeken met Google maken we op een of andere manier onze intenties duidelijk. Google krijgt onze aandacht gratis. De vraag is schenkt Google ook aandacht aan ons, of loert het gewoon van achter een doorkijkspiegel naar ons terwijl het ons wat brokjes informatie toegooit die al of niet relevant zijn voor onze vraag. Continue reading Waarom Google onze zoek geschiedenis bijhoudt

Hoe Facebook voortdurend onze privacy schendt

Eerst was er Beacon

Begin november 2007 introduceerde Facebook een nieuw onderdeel genaamd Beacon. Het is een advertentieprogramma waarmee advertenties worden getoond op basis van voorkeuren en gedrag van gebruikers en vrienden. Na een paar weken ontstond er commotie bij de gebruikers van Facebook wegens het schenden van de privacy van de gebruikers door deze Beacon-applicatie.

De nieuwe toepassing zorgde ervoor dat het aankoopgedrag van de gebruikers bij tientallen andere onlinewinkels aan hun vrienden werd getoond. Dit gebeurde zonder duidelijke aankondiging of toestemming. De onlinegemeenschap stond op zijn achterste benen en startte een online protestactie. Na een korte week van protesten van gebruikers en een petitie van ruim 50.000 gebruikers heeft Facebook eind november het advertentieprogramma Beacon gewijzigd en gebruiksvriendelijker gemaakt.

Facebook Connect

Sedert 2008 vind je een andere verleider op  allerlei andere sites met userbase, de  ‘Facebook Connect’.

Hoe werkt het systeem?

  1. Klik op de ‘Connect with Facebook’ knop om de persoonlijke data uit het Facebook profiel te zuigen en op de site een account te creëen
  2. Eens in gelogd kunnen gebruikers met hun Facebook vrienden interageren.
  3. Informatie over gebruikers. Activiteiten op de third-party site worden teruggestuurd naar Facebook zodat ze zichtbaar wordt voor hun vrienden

Gezichtsherkenning stilzwijgend ingeschakeld

Juni 2008. Facebook heeft gezichtsherkenning van Europese gebruikers stilzwijgend ingeschakeld. Als gebruikers in Europa foto’s uploaden en Facebook de gezichten van vrienden herkent, wordt vervolgens gesuggereerd om deze vriend te taggen.

Facebook scant dus op de achtergrond alle geüploade foto’s op gezichten om in kaart te brengen wie wie is.

Privacy in dienst van marketing

De ‘vind ik leuk knop’ is de ware verleider van Facebook. Als je fans wil verzamelen, hou je dan ver weg van groepspagina’s en ‘communities’, keep it simple. Een pagina met bovenaan een klein knopje, duim omhoog. Zo verzamelde Adidas reeds meer dan 5 miljoen fans.

En je vindt het knopje niet alleen op de facebooksite zelf, maar ook op tal van andere sites. Het knopje kan nog meer: het laat zien wie van je vrienden al eerder de webpagina die je bekijkt leuk vonden. Wanneer een aantal van je vrienden, de mensen wiens mening en smaak je waardeert en vertrouwt, een website of artikel te gek vinden, zul je sneller geneigd zijn deze te gaan lezen.

En hopla zo verzamelt Facebook ook nog eens data over welke websites je leuk vind.  Maar de verzameling van deze gegevens is in feite strijdig met de Europese privacy regelgeving.

Exploitanten van websites in de Noord-Duitse deelstaat Sleeswijk-Holstein moeten het ‘vind ik leuk’-icoontje van Facebook van hun sites verwijderen. De privacy-toezichthouder in dat bondsland beschuldigt Facebook ervan via deze ‘like-button’ op onwettige manier gegevens van website-bezoekers te verzamelen.

Websites die het blauwe icoontje met de opgestoken duim laten staan, hangt een boete boven het hoofd van maximaal 50.000 euro.

Facebook dringt steeds dieper onze privacy binnen

Een idee van hoe Facebook steeds meer de privacy van zijn gebruikers is gaan verkopen vind je in deze statistieken (Bron: Visual Guide To Facebook’s Privacy Changes Over Time)

Donkerblauw staat voor de persoonlijke gegevens die default vrij gegeven worden.


Bronnen

De Facebook-doctrine: hoe meer privacysettings, hoe minder privacy

Visual Guide To Facebook’s Privacy Changes Over Time

Exploring the Facebook Inc.

Facebook Platform Case

Hamburg considers suing Facebook over facial recognition feature

Facebook reaches deal with FTC over ‘unfair and deceptive’ privacy claims

The underlying flaw in Facebook’s business model

Was Facebook über dich weißWhat Facebook knows about you (video)

Contextuele Integriteit

In “Delete: The Virtue of Forgetting in the Digital Age” laat Mayer-Schönberger zich laatdunkend uit over data protection. Hij vindt dat, wat hij noemt ‘omnibus data protection’ zoals die bestaat in Europa, Canada, Argentinië, Australië… maar niet in de VS, niet efficiënt is:

“[it] is fraught with two substantial problems: political inertia due to collective action hurdles and potential structural overreach combined with limited actual impact.”

Vanuit een Amerikaanse tunnelvisie is dit misschien nog te begrijpen, maar voor ons in Europa wil dit zoveel zeggen als: aan artikel 8 van het Europees Verdrag van de Rechten van de mens en de richtlijn voor dataprotectie heb je niets. Wat politieke inertie betreft heeft hij misschien een punt, hoewel de EU regelmatig nieuwe richlijnen publiceert zoals deze rond cookies en spyware.

Maar ook vanuit Amerikaanse hoek komt er kritiek op ‘Delete’. Evgeny Morozov schrijft:

“The most disturbing anecdotes in Delete all have a social dimension and usually involve a third-party that acquires access to data that it was not supposed to see. This sounds like a problem of privacy, even if Mayer-Schönberger resists the label. His resistance may reflect the fact that conventional understandings of privacy are not very useful in the digital era.”

In plaats van ons te concentreren op het technisch-economische aspect van opslag, zouden we ons beter concentreren op de veranderende setting en context van privacy, waar het probleem werkelijk thuishoort. Voor we intensief gebruik maakten van elektronische communicatie was het vrij simpel. Privacy speelde zich af achter de gesloten deuren van ons huis, je had het briefgeheim en telefoons mochten niet afgeluisterd worden.

Vandaag ligt het allemaal iets ingewikkelder. In de eeuw van zoekmachines en sociale netwerksites hebben we nood aan een andere sociologische definitie van privacy. Helen Nissenbaum stelt voor om informatie en communicatie te definiëren met behulp van de context waarin ze vrijgegeven wordt, plaats vindt. Context-vrije informatie bestaat niet volgens haar (Helen Nissenbaum, 2004). Als we een verhaal vertellen aan een goede vriend terwijl we rondwandelen op straat, neemt dat niets weg van de vertrouwelijkheid van ons gesprek, ook al vinden we ons op een publieke plaats.

Als je een collega een homo-bar ziet binnenstappen is dat een waarneming in een context, de context van ontspanning. Als je die kennis later wil gebruiken om diezelfde collega te gaan bekladden op het werk, ruk je die informatie uit haar context en schend je zijn contextuele integriteit.

Als je bij de dokter toegeeft dat je een depressie hebt, dan is het redelijk om te verwachten dat die een dokter dat voor zich houdt. De context, in dit geval een relatie tussen patiënt en arts, is immers gebaseerd op een vertrouwensband die impliceert dat die informatie binnenskamers blijft. Wanneer de dokter deze toch zou delen wordt de integriteit van de context geschaad.

Als we dit principe toepassen op de digitale wereld, dan zijn de dingen die je op Facebook vertelt vertrouwelijke gesprekken met je virenden, ook al heeft FB dat begrip opgerekt naar alle personen die je niet expliciet haat. De foto’s die je erop plaatst behoren gezien worden als de foto’s die we vroeger uit de koekedoos haalden als er familie of vrienden op bezoek waren.

Anderzijds wie informatie post op een site voor professionele netwerken zoals Xing of Linkedin, doet dat net met de bedoeling om gezien te worden in een bredere professionele gemeenschap. Het zal dus wel geen toeval zijn dat het Duitse voorstel ook daar de lijn trekt. Bij aanwervingen Xing of Linkedin raadplegen moet kunnen volgens het voorstel, Facebook niet. Het Duitse voorstel gaat zeker in de goede richting.

Dingen uit hun context rukken, dat is natuurlijk net wat zoekmachines doen. Ze schenden  onze contextuele integriteit. Het ironisch bij dit gebeuren is dat Google uit onze verschillende zoekopdrachten een profiel opbouwt, een fictieve context creëert geschikt voor hun eigen doeleinden. Met dat profiel is het dan weer mogelijk voor marketingbedrijven om ‘gerichte’ advertenties te plaatsen op websites, contextuele reclame.

Laten we niet vergeten dat wij voor Google en niet alleen voor Google maar voor de vele andere marketingbedrijven wiens core busines user- tracking is, we slechts een product zijn, wiens gedrag veel geld (3 à 4 euro per duizend profielen) waard is op de profielenbeurzen zoals bijvoorbeeld BlueKai.

Deze praktijken tegenhouden lukt met antipysoftware of ook zonder voor degenen die daarvoor de nodige technische kennis bezitten. Maar het is niet eerlijk dat mensen daarvoor in hun beurs moeten tasten en het is voor gewone gebruikers geen oplossing. Het wettelijk regelen van wie en wanneer onze online profielen mogen en kunnen raadplegen, is wel een oplossing.

Tenslotte het gebruik van Facebook-profielen te verbieden bij aanwervingen zou pas een goede maatregel zijn.

Bronnen

Steve Mann, 2000, Computer architectures for protection of personal informatic property: Putting pirates, pigs and rapists in perspective, First Monday

Helen Nissenbaum, 2004, Privacy As Contextual Integrity

Viktor Mayer-Schönberger, 2009, Delete: The Virtue of Forgetting in the Digital Age, Princeton University Press

Recht op vergeten?

Volgens Mayer-Schönberger is het voor de eerste maal in de geschiedenis zo dat (digitaal) archiveren goedkoper is dan wissen. In zijn boek Delete: The Virtue of Forgetting in the Digital Age, in feite een aangedikte paper die  reeds in 2007 verscheen,  heeft hij ook de exacte kost van opslag en het wissen van data berekent.

Als gevolg daarvan is de menselijke capaciteit om te vergeten verloren gegaan, volgens hem. Net als de KGB destijds de dossiers van politieke tegenstanders voorzag van de stempel “хранить вечно“ (moet voor altijd bewaard worden) vergeet ook Google niets. Volgens hem moeten we terug leren vergeten.

Hij verwijst  onder meer naar het verhaal van een Canadese academicus, die in 2001 een artikel publiceerde in een filosofisch magazine, waarin hij terloops vermeldt dat hij dertig jaar eerder met LSD geëxperimenteerd heeft. Toen hij naar de Verenigde Staten reisde, kwam een overijverige agent van de grenspolitie op het idee de man te checken op Google. Een link naar het artikel sprong tevoorschijn en de man mocht meteen naar huis terugkeren. De toegang tot de Verenigde Staten werd hem ontzegd. Voorgoed.

Sociale media zijn niet meer weg te denken zijn uit ons dagelijks leven, maar waar we vroeger ons sociaal engagement, onze jeugdige verontwaardiging tegen zoveel onrecht, samenzweerderig in morsige cafés bespraken, doen we dat nu via het Net. En daar blijft het hangen, klaar om opgepikt te worden door de ‘recruiter’ van dat bedrijf waar we ons brood willen gaan verdienen. “Spijtig, maar we hebben voor een andere kandidaat gekozen.”

Door herinneringen te wissen, aanvaardt onze samenleving dat mensen evolueren, dat we de mogelijkheid hebben te leren uit vroegere ervaringen, en ons gedrag bij te stellen. Maar de digitale geheugens van Internet kunnen niet uitgewist worden. In een sociale context, worden jeugdzonden vergeten en vergeven, dit was voor velen van ons, ouderen, een geluk, maar die vlieger gaat niet langer op voor de jeugd van vandaag. Natuurlijk zijn vele jongeren zich hiervan bewust, ze zijn voorzichtig en zetten niet zo maar alles wat bij hen opkomt op het Net. Maar de vraag is dan ook of deze vorm van zelfcensuur op termijn ook geen vorm van ‘mind-control’ gaat worden.

Continue reading Recht op vergeten?