Tag Archives: Ongelijkheid

On the Internet Ungovernance Forum 2014 in Istanbul

Snowdon_at_IUF

Origin of the forum

For the first time since its establishment in 2006 the Internet Governance Forum (IGF) of ICANN [1] is paralleled with a protest forum, the Internet Ungovernance Forum.

Internet protests all over the world until now were addressed against national states and international organizations wanting to limit internet freedom and net neutrality or against those state and non-state services breaching privacy on the net, but this time a critique is formulated against the Internet governance itself by the Internet Ungovernance Forum. The announcement stated:

“We see that at IGF the most urgent problems of the Internet do not get the right attention. Due to the “multi-stakeholderism” format, the main perpetrators of many of the Internet’s problems, governments and corporations, are getting representation in IGF they don’t deserve. Given these circumstances, we decided to take initiative to defend the Internet as we know it and to create a space to raise the voices of civil society initiatives, activists and common people.”

Continue reading On the Internet Ungovernance Forum 2014 in Istanbul

Verschil in vaardigheden internetgebruik leidt tot meer verschil

Alexander van Deursen van het onderzoeksinstituut IBR van de Universiteit Twente onderzocht het niveau van internetvaardigheden van de Nederlandse bevolking.  In het onderzoek is de volgende vierdeling van digitale vaardigheden is gehanteerd:

Operationele vaardigheden

  • Bedienen van een internet browser
  • Bedienen van en zoekmachine op internet
  • Het gebruiken van online formumlieren

Formele vaardigheden

  • Kunnen navigeren op het internet
  • Behouden van en gevoel van oriëntatie tijdens het navigeren op het internet

Informatie vaardigheden

  • Het kiezen van een geschikt zoeksysteem (of plaats om informatie te zoeken),
  • Het definiëren van zoekwoorden die zich op het informatieprobleem richten,
  • Het selecteren van geschikte informatiebronnen,
  • Het evalueren van informatiebronnen.

Strategische vaardigheden

  • Voordelen halen met behulp van internet.
  • Door het te orienteren op een juist doel.
  • De juise actie ondernemen om dat doel te behalen.
  • De juiste beslissingen nemen om dat doel te behalen.
  • De voordelen van dit doel te behalen.

 

300 proefpersonen moesten taken op internet uitvoeren, zoals een PDF bestand opslaan, navigeren in verschillende webdesigns, een tweesterrenrestaurant in Amsterdam opzoeken, en uitvinden hoe je het goedkoopst naar Amsterdam kunt reizen, met de trein of met de auto. Tijdens de taken werden alle schermacties van de proefpersonen opgeslagen.

Uit dat onderzoek  komt naar voren dat het bij ouderen schort aan de mediumgerelateerde vaardigheden, operationele en formele vaardigheden. Veel gemaakte fouten zijn het aan elkaar typen van zoekwoorden, het intypen van zoekwoorden in de menubalk en het verliezen van het overzicht als iets in een nieuw venster opent.

Bij jongeren is het beter gesteld met de mediumgerelateerde vaardigheden, maar blijven de inhoudelijk gerelateerde vaardigheden, informatievaardigheden, achter op die van de ouderen. Dit uit zich onder andere in veel te algemene zoekwoorden en een te sterke focus op het eerste zoekresultaat. De verrassende conclusie is dat ouderen die de techniek van internetten beheersen inhoudelijk hun weg beter vinden dan jongeren. De grootste verschillen bij alle soorten vaardigheden zijn echter waar te nemen tussen lager en hoger opgeleiden.

Ook blijkt dat strategische vaardigheden heel minimaal aanwezig zijn bij laag- en midden opgeleiden. De kloof met de hoog opgeleiden is aanzienlijk. In plaats van de verschillen uit te vlakken accentueert internet dus de bestaande verschillen.

Bron: Van Deursen, Digitale vaardigheden Nederlandse Burgers
Bron: Van Deursen, Digitale vaardigheden Nederlandse Burgers

Bij gebrek aan gelijkaardige  onderzoeksgegevens voor België geven we hier de resultaten van een onderzoek van de EU. Het onderzoek van de EU  gaat uit van een andere indeling.  Het gaat uit van zes internet activiteiten:

  1. Informatie vinden met een zoekmachine
  2. Een e-mail met bijlagen versturen
  3. Berichten achterlaten op chatrooms, nieuwsgropen of discussiefora
  4. Telefoneren via het internet
  5. Mappen delen met anderen om muziek, films en dergelijke uit te wisselen
  6. Een webpagina ontwerpen

Om het vaardigheidsniveau aan te duiden zijn de respondenten vervolgens ingedeeld in drie categoriën:

Laag: de respondent heeft één of twee van de genoemde activiteiten uitgevoerd.

Gemiddeld: de respondent heeft drie of vier van de genoemde activiteit uitgevoerd.

Hoog: De respondent heeft vijf of zes van de genoemde activiteiten uitgevoerd.

Bronnen

Trendrapport Computer- en Internetgebruik 2011, Digivaardig & Digibewust

Digitale vaardigheden Nederlandse Burgers, Van Deursen

Jongeren niet zo digivaardig als gedacht

De term netgeneratie of de notie digital natives wordt gebruikt om te verwijzen naar de jongeren die geboren zijn in het digitale tijdperk en bijgevolg doorheen hun hele leven blootgesteld zijn aan nieuwe media. Hierbij wordt uitgegaan van de veronderstelling dat deze jongeren automatisch over de nodige vaardigheden beschikken omwille van hun gediversifieerd en intens gebruik van nieuwe media in het algemeen.

Een reeks onderzoeken stelt dit uitgangspunt in vraag en geeft aan dat de netgeneratie niet zo digitaal vaardig zijn als wordt verondersteld. In de eerste plaats vormen jongeren geen homogene groep. Binnen de groep jongeren van 16 tot 25 jaar zijn er eveneens niet-gebruikers en bestaan er verschillen in de intensiteit en de diversiteit van het gebruik. Hetzelfde geldt voor toegang en vaardigheden.

In België maakt 8% van de jongeren in de leeftijdscategorie 16-24 jaar geen of weinig gebruik van een computer en surft 9% nauwelijks of niet op het internet. Maar de subgroep van incidentele gebruikers (maakte geen gebruik de laatste drie maanden) is vrij aanzienlijk. Zo’n 22% maakt geen deel uit van de subgroep van regelmatige computergebruikers en 25% is geen regelmatige internetgebruiker.

Het beeld van jongeren als zijnde 100% digitaal vaardig moet dus duidelijk genuanceerd worden. Daarnaast is aandacht nodig voor de maatschappelijke impact van digitale uitsluiting bij jongeren, want zo stelt Brotcorne et al. (2009):

“De maatschappelijke impact van de digitale uitsluiting bij jongeren is bijzonder groot, omdat onderwijs- en beroepsopleidingsinstellingen, arbeidsbemiddelingsagentschappen, besturen en werkgevers impliciet verwachten dat alle jongeren zich gedragen in overeenstemming met het stereotype van de “internetgeneratie”.”

Digital natives niet zo digitaal vaardig als gedacht

Uit een onderzoek van de Northwestern University blijkt dat studenten de rangschikking van zoekresultaten nagenoeg blindelings volgen en steevast het allereerste zoekresultaat volgen, zonder rekening te houden met de legitimiteit van de bron.

Uit het onderzoek blijkt dat een kwart van de studenten bij een opgelegde taak kiest voor de website die als eerste bij de resultaten verschijnt. Slechts 10 procent van de studenten maakt gewag van de auteur van de website en diens bronnen en credentials.

De onderzoekers voegen er aan toe dat studenten een grote voorkeur hebben voor de zoekmachine van Google, maar in ieder geval voor het inwinnen van online informatie steeds vertrekken vanuit een zoekmachine. Slechts één op drie studenten doet bij het vervullen van een taak beroep op de online encyclopedie Wikipedia. Dat heeft volgens de onderzoekers wellicht te maken met het feit dat in het onderwijs gehamerd blijft worden dat user-generated content geen objectieve bron van informatie vormt.

Uit een onderzoek van Digivaardig & Digibewust in Nederland blijkt  bij de jongeren uit de groep secundair onderwijs, dat als ze  iets zoeken, ze dat meteen ook willen kunnen vinden. Ook omdat jongeren bezig zijn met hun taalontwikkeling, mislukken veel zoekopdrachten doordat ze stranden op websites die ze niet nodig hebben. Uit eerder onderzoek van promovendus Alexander van Deursen blijkt ook dat jongeren snel verdwalen op internet. Hij testte honderd proefpersonen op vier typen internetvaardigheden.

Bronnen

Offline jongeren en de digitale kloof Over het risico op ongelijkheden bij “digital natives” , Brotcorne et al.

Einstein bestaat niet, over usability en surfgedrag van jongeren , Digivaardig @ Digibewust,

Social and digital exclusion: who, and why?

So-Called “Digital Natives” Not Media Savvy, New Study Shows

De luidste schreeuwer en de 90-10-1 regel

De structuur van sociale netwerken weerspiegelt de structuur van de reële wereld. Ze heeft de neiging om eerder hiërarchisch dan wel horizontaal te worden. Uit analyse van de netwerk gegevens blijkt Twitter is geen sociaal netwerk is.

Ook op internet doet het fenomeen van van elitevorming zich voor. Dit proces is beschreven door de Griekse econoom Yanis Varoufakis. In zijn artikel “What does it take to transform an e’mob into an empowered demos? Toward a democratic critique of ‘the politics of wiki“, stelt hij:

“Democratie gaat er niet alleen over dat de meerderheid beslist, of het idee dat de menigte moet worden geraadpleegd alvorens belangrijke beslissingen genomen worden, of het recht op vrije meningsuiting. Hoewel al deze dingen belangrijk zijn voor een goede samenleving, ze zijn geen voldoende voorwaarden voor de democratie. Zoals de oude Atheners maar al te goed wisten, de hoeksteen van de democratie is ‘iségoria’, dat is,  dat iedereen een gelijke zeg heeft in de uiteindelijke formulering van het beleid, onafhankelijk van de vraag of hij rijk is, welgesteld een handenarbeid of arme luis is.”

Gebruikersparticipatie: de 90-9-1 regel

Gebruikersparticipatie in ‘online communities’ volgt dikwijls min of meer de volgende regel:

  • 90% van de bezoekers zijn lurkers. Een lurker is een passieve gebruiker van het Internet. Bijvoorbeeld iemand die wel regelmatig artikelen in een nieuwsgroep leest, maar zelf niets plaatst of reageert;
  • 9% van de bezoekers plaatst of reageert soms. Maar heeft vaak andere prioriteiten;
  • 1% van de bezoekers plaats en reageert veel en zorgt voor de meeste inhoud.

De participatie ongelijkheid is nog erger bij blogs. De regel is er meer 95-5-0,1.

Die ongelijkheid vind men ook terug op de Wikipedia waar meer dan 99% van de gebruikers het lezerspubliek vormen. Volgens Wikipedia’s  about pagina heeft de site 82.000 gebruikers die actief bijdragen leveren voor 400 miljoen unieke bezoekers per maand. Dat is 0,02%.

Die participatie ongelijkheid is alom tegenwoordig op het Web. Een snelle analyse van Amazon.com toonde aan dat de site duizenden boeken verkocht met slechts 12 reviews, wart wiul zeggen dat minder dan 1% van de klanten reviews schreven.

Het probleem is dat het ganse systeem niet representatief is voor de doorsnee Web-gebruikers. Je hoort altijd maar de mening van 1% van de gebruikers die waarschijnlijk ook meestal verschillend zal zijn van de mening van 90% die je nooit hoort.

Dit is ook een probleem voor bedrijven en organisaties  die klanten feedback krijgen, deze is niet representantief. Dit geldt ook voor de reviews van boeken en diensten zoals restaurants,hotels…

Online enquetes zijn zowieso niet objectief omdat ze niet uitgaan van een gewogen staal.

Zoekrobotten zoals Google baseren de rangschikking, pagerank van zoekresultaten op het aantal links naar pagina’s, gemaakt door 1% van de gebruikers.

Discussiegroepen verdrinken in flames en postings van povere kwaliteit. Het vosltaat de reacties te lezen op online krantenpagina’s om zich daarvan te overtuigen. Het gevolg hiervan is dat velen afhaken.

Bronnen

Participation Inequality: Encouraging More Users to Contribute, Jakob Nielsen

What does it take to transform an e’mob into an empowered demos? Toward a democratic critique of ‘the politics of wiki, Yanis Varoufakis

Empirical Study: Twitter is not a Social Network, Patrick Philippe Meier

Citizens as political participants: The myth of the active online audience?

Het cyber-industriëel complex

Overal bewakingscamera’s, Google street view, … er is geen plekje nog veilig voor gluurders en pottenkijkers. Het Internet is waarschijnlijk het meest bespiede terrein van allemaal. Het valt niet op, een cookie droppen, niemand die het merkt maar het gebeurt continu.

Einde de jaren tachtig zagen hackers en ngo’s het internet als nog goedkope manier om informatie snel te verspreiden.  Democratisering van de informatiestromen. Goedkoop wel, maar nu is er een ander probleem. Ook al zijn alle rekeningen betaald, het is alsof er voortdurend een deurwaarder geflankeerd door twee dienders onze internet-huiskamer binnenstormt om de inboedel te inventariseren.

Waarom doen ze het? Machtswellust? Voyeurisme, of simpelweg omdat het kan…  Op het net kan iedereen het woord nemen. Democratie van het woord. En dat was niet de bedoeling. Dus moet het gajes in de gaten gehouden worden. De legitimiteit van het regime zou wel eens in vraag kunnen gesteld worden.

Continue reading Het cyber-industriëel complex

De digitale kloof

Er is nog altijd zoiets als een digitale kloof. Volgens de ICT-enquête uit 2010, heeft 15% van de Belgen tussen 16 en 74 jaar nog nooit een computer gebruikt en heeft 18% nog nooit op het internet gesurft.

Een computer is in 77% van de Belgische gezinnen (met minstens één persoon tussen 16 en 74 jaar) aanwezig. In 2006 was dit slechts 57%. Ook bij het gebruik van internet merken we in 2010 een stijging: 73% van de Belgische huishoudens heeft een internetverbinding. In 2006 bedroeg dit 54%.

De digitale kloof hangt duidelijk samen met de arbeidssituatie, het opleidingsniveau en de leeftijd.

Zo heeft 18% van de werklozen nog nooit gesurft (in 2006 41%), tegenover 7% van de loontrekkenden (2006: 20%) en 8% zelfstandigen (2006: 20%). Studenten daarentegen zijn allemaal al eens op het internet geweest. 44% van diegenen die niet studeren, werken of werkzoekend zijn, is nooit op het internet geweest (2006: 67%).

Het opleidingsniveau speelt ook een rol: 36% van de laaggeschoolden heeft nog nooit internet gebruikt tegenover slechts 4% van de hooggeschoolden.

De digitale kloof neemt ook toe met de leeftijd: het internet is een nobele onbekende voor 35% van de mannen en 50% van de vrouwen tussen de 55 en 74 jaar.

Het verschil tussen beide geslachten blijft ook opmerkelijk als we het opleidingsniveau bekijken: ongeacht het opleidingsniveau scoren mannen beter zowel op het vlak van computergebruik als dat van internetgebruik.

Het percentage van de bevolking dat nog nooit op het internet heeft gesurft ligt in Wallonië hoger dan in de rest van het land. De Waalse gezinnen zijn ook minder vaak aangesloten op het internet. Sinds de laatste jaren zijn de verschillen tussen de drie gewesten echter aanzienlijk verminderd.

België bevindt zich met 77% in de Europese middenmoot wat betreft beschikbaarheid van een computer. In Frankrijk beschikt 76% van de huishoudens over een computer. Duitsland met 86% en Nederland met 92% doen het beter. Nederland is trouwens de beste leerling uit de Europese klas.

Wat betreft internettoegang, zit België met 73% op het gemiddelde van de EU-15. In Frankrijk ligt het percentage huishoudens met thuis toegang op internet op 74%, in Duitsland op 82% en Nederland als Europese koploper haalt 91% (bron: FOD Economie – Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie, Digitale (r)evolutie in België-anno 2010, persbericht 23 februari 2011).

Uit de meest recente cijfers van de EU-SILC enquête die het armoederisico becijfert bij de Belgische bevolking blijkt dat in 2009 bijna 5% van de bevolking over onvoldoende middelen beschikte om een pc aan te schaffen.

(Bron: Feiten en Cijfers. Is er werkelijk een digitale kloof?)

Bronnen

Feiten en Cijfers. Is er werkelijk een digitale kloof?

Wiki Informatiegeletterd

Digitale kloof tweede graad in Vlaanderen